het veelvuldig ophoesten van slijm, of toenemende kortademigheid als normaal bijverschijnsel van hun verslaving. In dit verband wees de Rotterdamse onderzoeker B. Ponsioen er een paar maanden geleden in het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde op, dat huisartsen veel meer gebruik zouden moeten maken van een zogeheten
spirometer. Daarmee kunnen ze simpel een longfunctie-onderzoek doen, en aantonen of iemand copd heeft. Rokers die weten dat zij copd hebben stoppen namelijk eerder met roken. In hetzelfde tijdschrift wezen de Haagse longartsen De Fraiture en Roldaan juni vorig jaar op het toenemende probleem van jongere vrouwen met copd. Gewoonlijk manifesteert copd zich
na een lange rookgeschiedenis pas na het 45ste levensjaar. Maar De Fraiture en Roldaan maakten melding van drie vrouwelijke patiënten die zich reeds rond hun veertigste met ernstige copd bij het ziekenhuis hadden gemeld. Een van hen overleed er enkele jaren later op 46-jarige leeftijd aan. Dat meer vrouwen copd (en ook longkanker) krijgen is het logische gevolg van het fors toegenomen aantal rokende vrouwen, de afgelopen decennia. Dat
vrouwelijke rokers naar alle waarschijnlijkheid bevattelijker voor copd zijn dan mannen, als de Haagse longartsen stelden, was verrassender. Zij citeerden verschillende studies waar uit blijkt dat vrouwen hun longen eerder in de vernieling roken dan mannen. Het lijkt er bovendien op dat vrouwen minder snel hinder hebben van benauwdheid, met als gevolg dat ze meer dan mannen pas medische hulp zoeken op en moment dat ze reeds ver heen zijn.
Copd: longblaasjes verliezen hun veerkracht en raken verstopt
Copd (chronic obstructive pulmonary disease) is de nog vrij nieuwe verzamelnaam voor wat voorheen door het leven ging als longemfyseem en/of chronische bronchitis. Beide kenmerken zich door toenemende moeite met ademhalen, hoesten, slijm opgeven en/of chronische vermoeidheid. De longen vormen een stelsel van luchtwegen in de vorm van een boom, met steeds kleiner worden vertakkingen. Bij gezonde mensen zijn reeds die luchtwegen open, met aan het eind de longblaasjes, klein en elastisch. Bij het inademen vullen de blaasjes zich als ballonnen met lucht. Bij het uitademen legen ze zich; onderwijl wordt de zuurstof (O2) uit de lucht in de bloedsomloop opgenomen. Bij mensen met copd verliezen de blaasjes hun elasticiteit, gaan wanden tussen blaasjes kapot, worden wanden van luchtwegen dik en voortdurend opgezwollen en wordt meer slijm geproduceerd hetgeen tot verstoppingen leidt. Copd is onomkeerbaar, leidt tot invaliditeit en uiteindelijk tot de dood. In het merendeel van de gevallen is roken de oorzaak.
Als je dit artikel interessant vond en op de hoogte wilt blijven schrijf je dan in op onze
nieuwsbief