Roken en COPD, enkele belangrijke conclusies!
Niet alle mensen die roken ontwikkelen echter COPD en niet alle patiënten met COPD zijn rokers of hebben gerookt. Er is dus een individuele gevoeligheid voor het ontwikkelen van longschade door sigarettenrook. Slechts een deel van de rokers (misschien slechts 10-15%) laten een vermindering in longfunctie zien over jaren, die erg genoeg is om te eindigen in de ernstige beperking met benauwdheid, als die gezien wordt bij COPD patiënten. Het zijn juist de voor sigarettenrook gevoelige individuen die een versnelde achteruitgang van de longfunctie ontwikkelen. (Normaal is een achteruitgang van 20-30ml van de FEV1/jaar na het 30e jaar bij niet rokers, terwijl het 50-90ml FEV1/jaar is bij gevoelige individuen)
Patiënten met COPD die stoppen met roken vertragen daarmee hun ziekteprogressie en keren na enige tijd terug naar de gewone achteruitgang die bij de leeftijd past. Helaas zullen ze echter niet verbeteren nadat ze gestopt zijn met roken. Tegen de tijd dat deze patiënten symptomen van benauwdheid hebben ontwikkeld zullen ze reeds een ernstige longfunctie verlies hebben opgelopen. Stoppen met roken zal hun levensverwachting verlengen, maar niet hun symptomen verbeteren. Maar als ze tijdig stoppen met roken zal het aantal jaren dat ze invalide door het leven moeten gaan behoorlijk naar achteren verschoven kunnen worden. Aangezien roken ook voor andere chronische ziektebeelden als hart- en vaatziekten en diabetes mellitus een zeer grote risico factor is zal er veel energie worden gestoken om het roken te bestrijden. Hiertoe zullen alle methoden die effectief kunnen zijn worden ingezet.




