Omgaan met slapeloosheid
Wat is slapeloosheid?
Bij mensen met een slaapprobleem is het ritme van waken en slapen verstoord. Veel mensen hebben het idee dat ze heel slecht of helemaal niet slapen, maar na onderzoek blijkt dat dikwijls wel mee te vallen. Natuurlijk zijn er ook mensen die echt te niet veel slapen, als ouders van jonge kinderen, mensen die ziek zijn of die zich ergens zorgen over maken. Slapeloosheid leidt tot vermoeidheid overdag. Mensen die te niet veel slapen zijn afwezig en prikkelbaar, en niet goed in staat om de dingen te doen die ze moeten doen. Dat kan tot verschillende problemen leiden, als spanningen thuis of op het werk. En het vervelende is dat de moeheid ook het oplossen van die problemen bemoeilijkt: als je moe bent, heb je nu eenmaal niet de helderste inzichten.
Naarmate het slaaptekort toeneemt, nemen ook die klachten toe. Iemand kan totaal ontregeld raken, hinder krijgen van hevige angsten en van achtervolgingswaan. In Nederland lijden ongeveer 750.000 mensen - ongeveer 5 procent van de bevolking - wel eens aan slapeloosheid. Vooral ouderen hebben er hinder van, ongeveer 30 procent zegt wel eens slaapproblemen te hebben. 30 procent van de mensen doet niets aan de slapeloosheid. Er bestaan verschillende soorten slapeloosheid: moeilijk inslapen, moeilijk doorslapen en te snel wakker worden. Ook kinderen kunnen hinder hebben van slaapstoornissen. Mensen die hinder hebben van slapeloosheid, kunnen in een vicieuze cirkel terechtkomen. Zij willen zo graag slapen dat ze zichzelf juist uit de slaap houden. Vaak is slapeloosheid een tijdelijk probleem en gaat het na verloop van tijd vanzelf beter. Sommige mensen gaan slaapmiddelen innemen. Dat is soms een goede noodoplossing, maar niet voor de lange termijn: ze werken op den duur niet meer en geven wel bijwerkingen. Als de slapeloosheid aanhoudt, moet u nagaan wat de oorzaak is. Bij ernstige problemen kunt u zich laten onderzoeken in een speciale slaapkliniek. Daar wordt uw slaappatroon bekeken - kwaliteit en duur van de slaap. Meestal blijkt het slaapprobleem mee te vallen. Misschien hebt u gewoon minder slaap nodig dan voorheen.
Soorten slaapstoornissen
Slaapstoornissen komen veel voor: ongeveer een derde van alle Nederlanders heeft er wel eens hinder van. Meestal gaan slaapstoornissen vanzelf weer over, maar bij sommige mensen zijn ze blijvend. Er zijn verschillende soorten slaapstoornissen, die in drie groepen zijn verdeeld.
Dyssomnie: gestoorde slaap. Voorbeelden zijn:
- slapeloosheid (slecht in slaap komen);
- slaap apneu syndroom (ademhalingsstoornis gedurende de slaap);
- narcolepsie (vaak wakker 's nachts en slaapaanvallen overdag);
- restless legs syndrome (RLS) (rusteloze benen gedurende de slaap);
- periodic limb movement disorder (PMLD) (schokkende bewegingen gedurende de slaap);
- jetlag (verstoord slaapwaakritme door tijdsverschil).
Parasomnie: slaapstoornis gedurende de slaap, waarbij u niet wakker wordt. Voorbeelden zijn:
- slaapwandelen;
- tandenknarsen;
- snurken.
Slaapstoornissen als gevolg van een andere aandoening. Voorbeelden zijn:
- depressie;
- dementie;
- voedselintolerantie.
Oorzaken van slapeloosheid
Slaap hangt samen met onze leefgewoonten, en op het oog heel alledaagse dingen kunnen dan ook slapeloosheid in de hand werken. Koffie drinken is daar een bekend voorbeeld van. Roken kan ook uit de slaap houden, omdat nicotine een stimulerende werking heeft. Een klein beetje alcohol kan de slaap bevorderen, maar in grotere hoeveelheden is het juist slecht voor de nachtrust. Het houdt de REM-slaap tegen, waardoor iemand wel als een blok in slaap valt, maar verder onrustig slaapt of te vroeg wakker wordt. Ook het tijdstip van eten speelt mee: slapen met een lege maag is moeilijk, en hetzelfde geldt voor een te volle maag. Slapeloosheid kan verder ontstaan als mensen de volledige tijd hun slaap-waakritme moeten aanpassen. Dat geldt bvb voor mensen die nachtdiensten draaien of in ploegendiensten werken. Het lichaam kan daardoor ontregeld raken.
Bij oudere mensen verandert het slaappatroon. Zij hebben dikwijls minder behoefte aan slaap, omdat ze minder inspannende dingen te doen hebben en meer tussendoor slapen. Omdat ze toch dikwijls proberen te slapen als voorheen, kan slapeloosheid het gevolg zijn. Ze liggen in bed en kunnen de slaap niet vatten. Sommige medicijnen kunnen slapeloosheid bevorderen, als plastabletten, bepaalde bloeddrukverlagende middelen (bèta-blokkers) en corticosteroïden. Ook lees meer over Omgaan met slapeloosheid



