Anesthesie, wat wil dat zeggen?
Het woord "anesthesie" bestaat uit de Griekse woorden "an" en "aisthesis", wat "zonder gevoel" betekent. Deze gevoelloosheid kan plaatselijk zijn en betrekking hebben op een specifiek deel van het lichaam, of algeheel, wat wil zeggen dat het volledige lichaam gevoelloos is en de patiënt buiten bewustzijn raakt. Specialisten dienen in het laatste geval de volgende anesthetica toe: hypnotica, analgetica en spierverslappers. Van hypnotica, die ook wel inductiemiddelen worden genoemd, raakt de patiënt buiten bewustzijn. Een voorbeeld is stikstofdixide, dat beter bekend is als lachgas. Jaren geleden waren er grote doses hypnotica nodig om een patiënt in een diepe slaap te brengen en de spieren te doen verslappen, zodat de operatie pijnloos kon worden uitgevoerd. Tegenwoordig worden juist kleinere doses van het middel gebruikt om de patiënt meer bij bewustzijn te houden, aangezien er inmiddels betere pijnstillers en spierverslappers beschikbaar zijn. Hierdoor vindt sneller herstel plaats. Analgetica verzachten de pijn voor en na een operatie en zijn onontbeerlijk met het oog op het comfort en de veiligheid van de patiënt. Om volledige spierverslapping te bewerkstelligen, krijgen veel patiënten ook een spierverslappend middel toegediend. Dit wordt vooral gedaan wanneer iemand een ingrijpende of lastige operatie moet ondergaan of om behandeling van botten en spieren mogelijk te maken, bvb gedurende een orthopedische ingreep. Patiënten aan wie een spierverslappend middel is toegediend, kunnen niet zelf ademhalen en moeten kunstmatig worden beademd.



