Cholesterol verlagen: bij wie?
Bij mensen die reeds een accident achter de rug hebben (secundaire preventie) gebeurt de beheersing van LDL-c volgens precieze en strikte normen, zeer dikwijls met aangepaste voeding en geneesmiddelen. Binnen de primaire preventie (voor mensen die nog geen accident hadden) bestaan dergelijke strikte normen niet en bepaalt de berekening van het globale risico hoe belangrijk een daling van het cholesterolgehalte is. Globaal genomen gaat men ervan uit dat het cholesterolgehalte bij volwassenen < 2 g/l zou moeten zijn, de LDL-c < 1,3 g/l, de HDL-c < 0,35 g/l en de triglyceriden < 2 g/l. Maar vooral de combinatie van cholesterolafwijking + afwijkingen wat de andere risicofactoren betreft (hoge bloeddruk, zwaarlijvigheid, zittend leven, roken, diabetes) zal de evaluatie van het globaal cardiovasculair risico mogelijk maken. De medische wereld beschikt intussen over middelen om dat globale risico in te schatten; deze middelen werken uitstekend en maken het mogelijk de doeltreffendste aanpak voor te stellen. Aangezien onze voeding over het algemeen te vet is, ligt wederkeren naar gezondere, minder vette eetgewoonten voor de hand. Concreet betekent dit niet alleen minder vetten opnemen maar ook of vooral dierlijke vetten vermijden (vlees maar ook boter, volle melkproducten, kaas, gebak) evenals vetten die bij kamertemperatuur nog hard zijn (boter, bepaalde margarines). Deze zogeheten verzadigde vetten verhogen het cholesterolgehalte. Wel aanbevolen (maar zonder overdaad, want het globale vetverbruik beperken blijft de hoofdbedoeling) zijn plantaardige oliën en minder harde margarines die het cholesterolgehalte doen verlagen.
De kernboodschap
Voor primaire preventie is het cholesterolgehalte van het bloed niet meer dan een cijfer. Om te weten of dat gehalte voor u een risico inhoudt en om te bepalen welk gehalte voor u het heilzaamst zou zijn, moet u rekening houden met het geheel van wijzigbare en niet-wijzigbare risico’s, aangezien ook factoren als leeftijd en geslacht meespelen bij de berekening van het globale risico. Om u een idee te geven: van alle 35- tot 84-jarigen in België – en dat zijn er ongeveer 5.500.000 – zijn er zowat 1.700.000 bij wie het risico dat ze binnen de 10 jaar een cardio- of cerebrovasculair accident krijgen meer dan 15 procent bedraagt. Voor 350.000 mensen bedraagt dat risico zelfs meer dan 30%.
Als je dit artikel interessant vond en op de hoogte wilt blijven schrijf je dan in op onze nieuwsbief




