Hoger risico op vroeggeboorte bij oudere leeftijd
Vroeggeboorte is geboorte vóór de 37ste zwangerschapsweek
De WHO definieert vroeggeboorte als een geboorte (inclusief doodgeboorte) vóór de 37ste complete zwangerschapsweek (259 dagen zwangerschapsduur), gemeten vanaf de eerste dag van de laatste normale menstruatie. Er wordt onderscheid gemaakt tussen vroeggeboorte met een bekende oorzaak, bvb een groeistoornis van de foetus en een vroeggeboorte zonder bekende oorzaak.
Hoe korter de zwangerschap, hoe onrijper de organen van het kind
Hoe korter de zwangerschap heeft geduurd, hoe onrijper alle organen van het kind zijn. Dit leidt bij de geboorte tot (ernstige) problemen met de ademhaling, de bloedsomloop, de zuurstofvoorziening in de hersenen en andere vitale organen, infecties door onvoldoende weerstand, voedingsproblemen door een onrijp maag-darmstelsel en onderkoeling doordat de lichaamstemperatuur niet op peil kan worden gehouden. De groep zeer vroeg geborenen veroorzaakt een groot deel van de sterfte onder pasgeborenen in Nederland. In 1999 was 54 procent van de pasgeborenen die overleden geboren na een zwangerschapsduur van minder dan 32 weken (Bron: PRN, LVR/ LNR).
Sterfte door onrijpheid longen verminderd
Ernstige ademhalingsproblemen zijn de voornaamste oorzaak van overlijden van te vroeg geboren kinderen. Aandoeningen van het centraal zenuwstelsel kunnen tot handicaps leiden. Bij kinderen geboren na een zwangerschapsduur van 23-25 weken zijn er nog nauwelijks longblaasjes aangelegd. Naarmate de zwangerschap langer duurt, neemt de hoeveelheid longweefsel toe. Vooral een tekort aan surfactant, een eiwit dat de oppervlaktespanning in de longen verlaagt en de longen openhoudt, is dan een beperkende factor voor de longfunctie van te vroeg geboren kinderen. Door de steeds betere beademingstechnieken en de ontwikkeling van kunstmatig surfactant, is de sterfte ten gevolge van onrijpheid van de longen verminderd.
Minder mogelijkheid op hersenschade door betere beademingstechnieken
Bij een zwangerschapsduur van minder dan 34 weken is de vaatvoorziening van de hersenen nog niet volgroeid. Ook is de regeling van de bloeddruk in de hersenen nog onrijp. In het gebied waar de bloedvaten sterk in ontwikkeling zijn, kunnen reeds bij een geringe verhoging van de bloeddruk bloedingen optreden. In het gebied waar de vaatontwikkeling nog moet beginnen, kan een geringe bloeddrukdaling reeds tot schade door tekort aan zuurstof leiden. Door verbeterde beademingstechnieken is de mogelijkheid op hersenbloedingen en hersenschade door tekort aan zuurstof verminderd. Ook de preventie van stress, zowel vóór als na de geboorte, voorkomt hersenbloedingen en is van belang bij de preventie van ontwikkelingsproblemen.
Na minstens 27 weken zwangerschap overleeft 90 procent van de kinderen
Van de te vroeg geboren kinderen van minstens 27 weken zwangerschapsduur en van kinderen met een geboortegewicht tussen 1000 en 2500 gram overleeft in Nederland ongeveer 90 procent (Bron: PRN, LVR/ LNR). Onder de 27 weken zwangerschapsduur is de prognose veel minder gunstig. Boven 32 weken zwangerschap zijn de sterfte en de mogelijkheid op blijvende beperkingen naar alle waarschijnlijkheid nog maar niet veel verhoogd ten opzichte van op tijd geborenen (zwangerschapsduur 37-42 weken); kwantitatieve gegevens hierover ontbreken echter.
Ernstige vroeggeboorte heeft langdurig effect op het kind
Vroeggeboorte heeft een langdurig effect op de ontwikkeling en gezondheid van het kind. Het leidt tot een toenemend beroep op onderwijs- en gezondheidszorgvoorzieningen. Bij te vroeg geboren kinderen komen meer stoornissen, beperkingen en handicaps voor dan bij op tijd geborenen. Uit een onderzoek bij alle in 1983 veel te vroeggeborenen (<32 weken of <1500 gram) blijkt dat op 2-jarige leeftijd 6 procent van deze kinderen een ernstige en 7 procent een lichte handicap heeft (Van Zeben-van der Aa et al., 1989). Naarmate de kinderen ouder worden en er hogere eisen aan een kind worden gesteld, stijgt het percentage kinderen met een lichte handicap of een beperking. Op 10-jarige leeftijd heeft ongeveer de helft van de kinderen een beperking of handicap, zes maal zoveel als normaal (Den Ouden et al., 1998). Op de leeftijd van 14 jaar zit 28 procent op een school voor speciaal voortgezet onderwijs, vergeleken met 4,7 procent in de algemene bevolking (Den Ouden, 1999). Het Validatie Onderzoek bij 5-jarigen laat zien dat de overlevingskans sedert de vroege jaren tachtig wel is verbeterd, maar dat de mogelijkheid op beperkingen niet is afgenomen (De Kleine et al., 2003).
Meeste vroeggeboorten treden spontaan op
Vroeggeboorte treedt in ruim driekwart van de gevallen spontaan op. Bij ongeveer 20 procent wordt de vroege geboorte geïnduceerd door de gynaecoloog in verband met complicaties in de zwangerschap als zwangerschapsvergiftiging of ernstige groeivertraging van de foetus. Er zijn diverse risicofactoren voor vroeggeboorte.
Bij meerlingzwangerschappen meer vroeggeboorte
Meerlingzwangerschappen eindigen meer dan eenlingzwangerschappen in vroeggeboorte. Dit effect is meer uitgesproken bij grotere meerlingzwangerschappen. Voor elk kind extra duurt de zwangerschap gemiddeld 3 weken korter. Van de tweelingkinderen heeft ongeveer 10 procent intensieve zorg nodig en van de drielingkinderen 35%. Voor eenlingen is dit percentage ongeveer 2 procent (Visser & Bruinse, 1997).
Hoger risico op oudere leeftijd
Een relatief hoge leeftijd van de zwangere vrouw is een risicofactor voor vroeggeboorte. Vrouwen boven de 35 jaar hebben een ongeveer 2 maal zo grote mogelijkheid op een vroeggeboorte als vrouwen tussen 18 lees meer over Hoger risico op vroeggeboorte bij oudere leeftijd



