Osteoporose, het poreus worden van de beenderen
Osteoporose is een aandoening van het skelet
Osteoporose is een aandoening van het skelet die wordt gekenmerkt door een lage botmineraaldichtheid en een verstoring van de samenhang van het bot. Hierdoor is het bot brozer en is er een hogere mogelijkheid op een botbreuk (fractuur). De meest voorkomende osteoporotische fracturen zijn fracturen van wervel, pols en heup. Van de wervelinzakkingen treedt ongeveer tweederde spontaan op, dat wil zeggen door slechts een geringe aanleiding. De diagnose osteoporose is gebaseerd op de botmineraaldichtheid. De botmineraaldichtheid wordt bepaald door na te gaan in welke mate mineralen in het bot (met name calcium) röntgenstraling absorberen.
Osteoporose kent verschillende gradaties
De World Health Organisation (WHO) onderscheidt verschillende gradaties van Osteoporose (Kanis, 1994). De indeling is gebaseerd op de botmineraaldichtheidsmeting en het al dan niet optreden van osteoporotische fracturen. Dit impliceert dat de diagnose osteoporose alleen gesteld kan worden als er een botmineraaldichtheidsmeting is verricht. De indeling is als volgt:
- normaal; de botmineraaldichtheid is niet meer dan 1 standaarddeviatie (SD) lager dan de gemiddelde dichtheid bij jong volwassen vrouwen (‘piekbotdichtheid’);
- osteopenie; de botmineraaldichtheid is verminderd, maar er is nog geen sprake van osteoporose. De botmineraaldichtheid ligt tussen 1 en 2,5 SD onder de gemiddelde dichtheid bij jong volwassen vrouwen;
- osteoporose; de botmineraaldichtheid ligt meer dan 2,5 SD onder het gemiddelde jong volwassen vrouwen;
- ernstige osteoporose; osteoporose gaat gepaard met osteoporotische fracturen.
De definitie van de WHO wordt in de klinische praktijk veel gebruikt. Er is echter nog veel onduidelijkheid over de referentiewaarden die gebruikt zouden moeten worden bij vrouwen, en vooral ook bij mannen.
Osteoporose leidt niet altijd tot klachten
Osteoporose is een aandoening die op zichzelf niet gepaard gaat met symptomen. Wervelinzakkingen, hoewel dikwijlsasymptomatisch, kunnen gepaard gaan met chronische rugklachten en een algemene verslechtering van de kwaliteit van leven (Gold, 1996; Burger et al., 1997; Ross, 1997; Nevitt et al., 1998; Oleksik et al., 2000). Juist omdat er dikwijlsgeen of alleen aspecifieke klachten zijn, komen wervelfracturen dikwijlsniet onder de aandacht van de (huis)arts (Cooper et al., 1992b; Melton 3rd et al., 1989). Bij sommige mensen is een verkromming en het korter worden van de wervelkolom het enige teken van inzakking van wervels (compressiefracturen). Pols- en heupfracturen ontstaan met name als gevolg van een val. Deze zijn pijnlijk en worden dan ook vrijwel altijd door de dokter onderkend. Wervelinzakkingen lijken het meest geschikt te zijn als indicatie voor de diagnose osteoporose. Ze worden namelijk met name door osteoporose veroorzaakt. Fracturen van de heup en pols kunnen ook bij jonge mensen optreden en zijn niet altijd het gevolg van osteoporose.
Lage botmassa en geringe activiteit risicofactoren voor fracturen
Een lage botmassa blijkt een belangrijke risicofactor te zijn voor het ontstaan van fracturen (Cummings et al., 1993; De Laet et al., 1997). Bij een botmassa van één standaardafwijking lager dan gemiddeld is de mogelijkheid op een fractuur gemiddeld tweemaal zo groot (Marshall et al., 1996). Ook mensen met een slechte mobiliteit en geringe activiteit hebben ongeveer 2 lees verder



