Artrose, de meest voorkomende gewrichtsaandoening
Artrose is de meest frequente gewrichtsaandoening
Artrose of gewrichtsslijtage (ICD-9-code 715, ICD-10 code M15) is de meest voorkomende gewrichtsaandoening van het bewegingsapparaat. De voornaamste kenmerken zijn verlies van kraakbeen en reactieve botwoekeringen (osteofyten) in het gewricht. Dit leidt tot verlies van de normale anatomische verhoudingen, met als gevolg (pijn)klachten, stijfheid en bewegingsbeperking. Alleen perifere artrose (artrose in de ledematen: heup, knie, handen, voeten) wordt hier besproken. Dit is conform de indeling in de ICD. Artrose van nek en rug worden in de ICD-9 onder code 721 (ICD-10 code M47-48) (spondylose en verwante aandoeningen) geclassificeerd.
Drie indelingen van artrose
Artrose kan worden ingedeeld naar:
- het gewricht dat is aangedaan (knie, heup, overig);
- het aantal gewrichten dat is aangedaan (gelokaliseerd of gegeneraliseerd);
- primaire artrose (oorzaak onbekend) en secundaire artrose (oorzaak bekend, als een aangeboren gewrichtsaandoening of een ongevalsletsel).
Hoe groter de afwijkingen op de röntgenfoto, hoe meer mogelijkheid op pijn
De artrose is dikwijls goed te zien op een röntgenfoto. Toch is de samenhang tussen radiologische verschijnselen, pijn, stijfheid, lichamelijke afwijkingen en bewegingsbeperkingen niet perfect. Zo hoeft er bij radiologische afwijkingen niet altijd pijn te zijn en hoeven er bij lichamelijke afwijkingen niet altijd bewegingsbeperkingen te zijn. Wel is de mogelijkheid op pijn bij ernstige radiologische afwijkingen groter, en is de mogelijkheid op bewegingsbeperkingen bij pijn groter.
Artrose kan leiden tot ernstige beperkingen
Het dagelijks functioneren kan door de artrose beduidend worden beïnvloed. De patiënt kan afhankelijk worden van zijn omgeving en van gezondheidszorgvoorzieningen. De mate waarin de patiënt klachten en beperkingen heeft, hangt af van leeftijd, lokatie van het aangedane gewricht, radiologische ernst, aanwezige co-morbiditeit (combinatie van ziekten), pijn, psychosociale factoren, depressie, spierzwakte, slechte algemene conditie, overgewicht, tekort aan beweging, lage inschatting van eigen mogelijkheden (‘self-efficacy’) en lage sociaal-economische status (Sharma & Fries, 2000).
Indeling in stadia
De voornaamste kenmerken bij de indeling in stadia zijn de mate van kraakbeenverlies en de vorming van osteofyten. Met het voortschrijden van de artrose treedt meer kraakbeenverlies op. De mate van kraakbeenverlies is met een röntgenfoto vast te stellen. Op basis van de röntgenfoto kan een zogenoemde Kellgren-score toegekend worden. Deze score loopt van 1 (geen artrose) tot 4. Een Kellgren-score van 2 of meer betekent de aanwezigheid van osteofyten met mogelijk kraakbeenverlies. Bij graad 3 is er duidelijk kraakbeenverlies en bij graad 4 zijn de botuiteinden gedeformeerd en is het kraakbeen ongeveer verdwenen. Problematisch bij de Kellgren-indeling is dat graad 2 niet altijd overgaat in graad 3 of graad 4.
Beloop van artrose
Pijn heeft een geleidelijk beloop over de tijd. Aanvankelijk treedt de pijn met tussenpozen op, daarna vooral na bewegen en tot slot heeft de patiënt altijd pijn, ook ’s nachts. Bij de aanwezigheid van overgewicht en zwelling van de laatste vingergewrichtjes door artrose (noduli van Heberden) is er meer kraakbeenverlies en is het beloop van de artrose dus ernstiger (Schouten, 1991). Er zijn aanwijzingen dat een laag vitamine C- en een hoog vitamine D-gehalte factoren zijn die een slechter beloop voorspellen (McAlindon et al., 1996a, McAlindon et al., 1996b). Op basis van met name de ernst van de klachten en functionele beperkingen worden klinische beslissingen genomen, als het plaatsen van een gewrichtsprothese.
Oorzaken van artrose slechts voor een lees meer over Artrose, de meest voorkomende gewrichtsaandoening



