Decubitus, wat is dat juist?
Schade aan de huid door krachten van buiten
Decubitus is de verzamelnaam voor degeneratieve aanpassingen in de huid en het onderliggende weefsel. Deze aanpassingen worden veroorzaakt door druk, of schuif- en wrijfkrachten, of een combinatie daarvan (Gezondheidsraad, 1999b). Decubitus ontstaat meestal op plaatsen waar het botweefsel zich dicht onder de huid bevindt, als de stuit, hielen, heup, enkel en ellebogen. Deze vormen tezamen plusminus 80 procent van de decubituswonden. Andere plaatsen zijn het oor, de knie, en het schouderblad.
Vier gradaties
Decubitus komt voor in verschillende gradaties van ernst. Een onderscheid wordt gemaakt in vier graden (Gezondheidsraad, 1999b):
- Graad 1: Niet wegdrukbare roodheid van de intacte huid. Verkleuring van de huid, warmte, vochtophoping (oedeem) en verharding (induratie) zijn andere mogelijke kenmerken, vooral relevant bij mensen met een donkere huid.
- Graad 2: Oppervlakkig huiddefect van de opperhuid (epidermis) (epidermis), reeds dan niet met aantasting van de huidlaag daaronder (lederhuid of dermis). Het defect manifesteert zich als een blaar of een schaafwond.
- Graad 3: Huiddefect met schade of weefselversterf (necrose) van huid en onderhuids weefsel (subcutis). De schade kan zich uitstrekken tot aan het onderliggende bindweefselvlies (fascie).
- Graad 4: Uitgebreide weefselschade of weefselversterf aan spieren, botweefsel of ondersteunende weefsels, met of zonder schade aan epidermis en dermis.
De Gezondheidsraad kiest er bewust voor om te spreken van graden en niet van stadia, aangezien het beloop van decubitus niet per definitie achtereenvolgende stadia zijn.
Twee theorieën over het ontstaan en beloop
Globaal zijn er twee theorieën over het ontstaan en beloop van decubitus: de top-down en de bottom-up theorie. Volgens de top-down theorie ontstaat decubitus in de epidermis (opperhuid) en gaat daarna verder in de diepere weefsellagen. Volgens deze theorie is graad 1, mits juist behandeld, omkeerbaar. Dit geldt niet als decubitus ontstaat volgens de bottom-up theorie. Deze theorie stelt dat decubitus eerst ontstaat in de skeletspieren, om daarna pas te zien te worden in de oppervlakte van de huid. In die gevallen is het zichtbare stadium 1 eigenlijk reeds graad 3 of 4, en dus niet meer omkeerbaar. Diverse studies (Welch, 1990; Staarink, 1995) laten zien dat de druk in de diepere weefsellagen vele malen hoger is dan de van buitenaf uitgeoefende druk. Dit maakt aannemelijk dat decubitus eerder ontstaat volgens de bottom-up theorie dan volgens de top-down theorie. Daar staat tegenover dat iets meer dan de helft van alle geconstateerde decubitus graad 1 betreft, waarvan uit nadere studie blijkt dat slechts een gering aantal ( 10 procent in verpleeghuizen en 22 procent in ziekenhuizen) verder evolueert naar een ernstigere graad (Halfens et al., 2001). In specifieke populaties als op de intensive care kan dit percentage overigens hoger zijn (Derre, 1998).
Kwaliteit van leven ernstig aangetast
Decubitus geeft ongeveer altijd klachten, veelal in de vorm van pijnlijke wonden die zonder ingrijpen niet genezen. De aandoening beïnvloedt de kwaliteit van leven ongunstig, kan leiden tot complicaties en soms zelfs tot overlijden. Decubitus treedt op bij een reeds bestaande aandoening (co-morbiditeit). Behalve met de bovengenoemde klachten heeft ongeveer iedere decubitus patiënt te kampen met de tegenslag van een langere periode van noodzakelijke extra (ziekenhuis)zorg. In de acute fase hangen de klachten veelal samen met ontstekingsverschijnselen en daarmee gepaard gaande symptomen. Bij een langdurig aanwezige wonde gaat het meer om sociaal isolement en verminderde bewegingsvrijheid.
Bloedtoevoer belemmerd door krachten van buiten
De aanpassingen in de huid en het onderliggende weefsel treden op als gevolg van zuurstoftekort door onvoldoende bloedtoevoer (ischemie). De toevoer van bloed wordt belemmerd door de druk en/of door schuifkrachten. Onder druk wordt hier verstaan de loodrechte kracht die het lichaam ondervindt op iedere plek die ondersteund wordt. Druk geldt als voornaamste oorzakelijke factor voor het ontstaan van decubitus. Naarmate de druk langer wordt uitgeoefend, dan wel groter is, is de schade groter. Schuifkrachten zijn de krachten die parallel aan de ondergrond op het lichaam inwerken, bvb als men in zittende houding onderuit zakt. Schuifkracht heeft als schadelijk gevolg dat reeds bij geringe druk de capillaire doorstroming lees meer over Decubitus, wat is dat juist?



