Een gebitsafwijking, wat kan dat zijn?
Tandcariës en infectie van het tandvlees (gingiva) en de steunweefsels rond de gebitselementen (parodontium) komen het meest voor van alle ziekten en afwijkingen in de mond. Tezamen vormen deze afwijkingen de voornaamste oorzaak van tandeloosheid. Daarnaast zijn er vele andere ziekten die de mondgezondheid bedreigen. Bij jongeren kan het gebit worden aangetast door erosie, een proces waarbij harde tandweefsels oplossen door zuren die voorkomen in dranken met een lage pH, als frisdranken. Met name bij ouderen komen mondslijmvliesafwijkingen veel voor, meestal als gevolg van het dragen van een prothese (Kalsbeek et al., 1989 ; Kalsbeek et al., 2000a). Er komen hier drie gebitsafwijkingen aan de orde.
Tandcariës
Tandcariës is een proces waarbij over een langere periode bezien demineralisatie van tandglazuur, dentine (tandbeen) of wortelcement de overhand heeft over remineralisatie. Tandmateriaal lost op wanneer de zuurgraad (pH) in de tandplaque onder een bepaalde waarde komt (voor glazuur pH 5,5). Dit is met name het geval bij de consumptie van koolhydraten, die door bacteriën worden omgezet in zuren. Remineralisatie wordt bij een pH boven de 5,5 door fluoride bevorderd. De zichtbare gevolgen van cariës zijn witte of bruine vlekken in het tandglazuur en caviteiten (gaatjes) waarbij ook het tandbeen betrokken is, vullingen en ontbrekende gebitselementen. De gevolgen van cariës verdwijnen niet door genezing. Naast ‘prevalentie’ wordt daarom ook wel gesproken van de ‘cariës-ervaring’. Deze wordt uitgedrukt in het totale aantal cariëslaesies. Meestal worden cariëslaesies die niet verder gaan dan het glazuur daarbij buiten beschouwing gelaten.
Parodontale afwijkingen
Het parodontium wordt gevomd door de weefsels die het gebitselement houvast geven in de kaak. Evenals bij cariës spelen bacteriën in de tandplaque een grote rol bij het ontstaan van parodontale afwijkingen. Tandsteen (verkalkte tandplaque) is op zichzelf niet schadelijk, maar doordat dit materiaal poreus is, herbergt het grote aantallen bacteriën. Om die reden wordt het verwijderen van tandsteen beschouwd als een noodzakelijke preventieve maatregel. Er worden twee soorten afwijkingen van het parodontium onderscheiden: Gingivitis (ontstoken tandvlees) en parodontitis (ontsteking van het wortelvlies en het kaakbot rond de wortel). Parodontitis gaat gepaard met verlies van collageenvezels in het wortelvlies. Waarschijnlijk is dit mede een gevolg van het voorkomen van specifieke bacteriën. Dit leidt tot een verdieping van de spleet tussen de tand en het tandvlees (pocket). Op den duur kan het gebitselement los gaan staan. Wanneer de pocket dieper is dan een bepaalde grenswaarde (vaak wordt een waarde van 3½ mm aangehouden) spreekt men van een ‘pathologisch verdiepte pocket’.
Tandeloosheid
Tandeloosheid is meestal het gevolg van cariës of parodontitis. Men kan erover van mening verschillen of tandeloosheid als een afzonderlijke ziekte lees meer over Een gebitsafwijking, wat kan dat zijn?



