Afname cognitief functioneren onder invloed van cannabis
Cannabisproducten (hasj en marihuana) hebben geen sterk verslavende werking. Wél is aangetoond dat ze het reactievermogen, concentratievermogen en korte-termijngeheugen kunnen verminderen. Dit kan negatieve gevolgen hebben op school- en werkprestaties en verkeersgedrag. Gebruik van cannabis alléén geeft een geringe toename van het risico op verkeersongevallen. Voor gecombineerd gebruik van cannabis en alcohol is dit risico echter vele malen groter (Ramaekers et al., 2004). Er is geen wetenschappelijk bewijs dat langdurig gebruik de hersenwerking en het cognitief functionerend blijvend aantast. Wel is er toenemend bewijs dat frequent gebruik van cannabis, vooral bij mensen met een aanleg hiervoor, psychotische symptomen kan uitlokken (Van Laar et al., 2003; FitzGerald et al., 2003; Van Os et al., 2002a). Problematisch cannabisgebruik gaat dikwijls samen met gebruik van andere drugs en een afwijkende leefstijl (vandalisme bijvoorbeeld). Bij het roken van cannabis komen dezelfde giftige stoffen vrij die ook bij het roken van tabak ontstaan (teer bijvoorbeeld). Blootstelling hieraan kan leiden tot gezondheidsschade als longkanker.
Verslaving aan harddrugs ontwikkelt zich snel
De meest gebruikte harddrugs zijn heroïne, cocaïne, amfetaminen en XTC. De gezondheidseffecten van harddrugs zijn erg verschillend. Heroïne bvb werkt snel geestelijk en lichamelijk verslavend. Cocaïne werkt wel geestelijk, maar minder lichamelijk verslavend. XTC heeft vermoedelijk een relatief gering verslavingspotentieel. De geestelijke en/of lichamelijke verslaving aan harddrugs ontwikkelt zich in de regel veel sneller dan verslaving aan alcohol. Bij iedere dag gebruik kan reeds na meerdere weken tot enkele maanden van een echte verslaving gesproken worden. Harddrugverslaving ontstaat in het algemeen in (het begin van) de adolescentie en heeft dikwijls een chronisch beloop. Buitenlands onderzoek wijst uit dat van de mensen die ooit verslaafd waren aan harddrugs na 20 jaar ongeveer 20 procent is overleden, 20 procent weer of nog steeds problemen heeft samenhangend met gebruik, 15 tot 20 procent maatschappelijk gezien redelijk is geïntegreerd en 40-45 procent geen harddrugs meer gebruikt (Cramer & Schippers, 1994). Sterfte is onder Nederlandse druggebruikers naar alle waarschijnlijkheid beperkter. Besmettelijke ziekten, als hepatitis B, C en HIV komen relatief veel voor onder injecterende druggebruikers. Vroege sterfte komt in deze groep vrij ook veel voor. Langdurige harddrugsverslaving gaat dikwijls samen met psychische stoornissen.
Duidelijke verschillen tussen heroïne- en cocaïneverslaving
Een minderheid (circa eenderde) van de aan heroïneverslaafde populatie ontgroeit de verslaving rond het dertigste tot veertigste levensjaar (Swierstra, 1990). Velen blijven echter verslaafd, reeds dan niet aan het vervangend middel methadon. Wel slijten de scherpe kanten van het verslavingsgedrag enigszins (o.a. de gebruiksniveaus en de druggerelateerde criminaliteit) met het vorderen van de leeftijd. Cocaïneverslaving daarentegen kan snel escaleren. Dat is vooral het geval bij crackverslaving (crack is gekookte cocaïne die gerookt wordt). Wanneer er grote problemen ontstaan (bijv. door de financiële gevolgen van grote cocaïneaankopen), kan het gebruik abrupt worden beëindigd of gematigd. Tegenwoordig gebruikt 80 tot 90 procent van de heroïneverslaafden ook cocaïne.
Kalmerings- en slaapmiddelen sterk verslavend
Verslaving aan medicijnen kan leiden tot leveraandoeningen, neurologische problemen en ongevallen. Met name kalmerings- en slaapmiddelen als benzodiazepinen hebben een sterk verslavende werking. Ook ontstaan er dikwijls problemen als medicijnen (medicatie) in combinatie met andere stoffen (harddrugs, alcohol) gebruikt worden (polydruggebruik). Dit geldt vooral voor de benzodiazepinen (zoals Valium®).
Als je dit artikel interessant vond en op de hoogte wilt blijven schrijf je dan in op onze nieuwsbief




