Aids, de bekendste SOA
Wat is AIDS?
Aids is een heel bekende SOA en staat voor Acquired Immune Deficiency Syndrome. Het betekent dat het systeem dat infecties tegenhoudt in je lijf niet meer goed functioneert doordat je besmet bent met het AIDS virus (HIV). Een HIV- test kan aantonen of iemand antistoffen tegen HIV in het bloed heeft. Dit noem je seropositief. Iemand die seropositief is hoeft niet ziek te zijn. Op het moment dat iemand bepaalde ziektes krijgt kan de dokter vaststellen dat iemand aids heeft. Het HIV virus zit in bloed, sperma, vaginaal vocht, voorvocht en moedermelk. HIV kan worden overgedragen door onveilige seks (dus zonder condoom), door druggebruik met besmette naalden, gedurende zwangerschap en de borstvoeding als de moeder seropositief is.
Wat zijn de verschijnselen van een HIV-infectie?
Iemand die seropositief is, kan hinder hebben van meerdere verschijnselen die met een HIV-infectie te maken hebben, zoals:
- enorme moeheid
- nachtzweten
- koorts
- fors gewichtsverlies
- opgezette lymfeklieren in de hals en/of oksels
- hardnekkige diarree
- droge hoest
- kortademigheid en dergelijke
Als je deze klachten hebt, hoeft dat natuurlijk niet gelijk te betekenen dat je seropositief bent. Het gevaarlijke is echter dat de klachten die genoemd zijn, ook bij andere ziektes voorkomen, waardoor je ook niet in de gaten kan hebben dat je HIV besmet bent. Maar deze klachten alleen zijn niet genoeg om te bepalen of je HIV hebt of AIDS. De diagnose AIDS wordt door een dokter gesteld bij bepaalde ontstekingen van de longen, darmen of hersenen, of bij bepaalde vormen van kanker of dementie. En, als daarvoor als enige oorzaak een infectie met HIV kan worden gevonden.
Hoe wordt het HIV overgedragen?
Het virus bevindt zich in lichaamsvocht, vooral in: bloed, vaginaal vocht, sperma en voorvocht. Het HIV kan overgedragen worden door:
- onveilige seks
- lenen van eerder gebruikte naalden en spuiten bij drugsgebruik
- overdracht van seropositieve moeder op haar kind gedurende de zwangerschap, de bevalling of via borstvoeding
- gebruik van onveilige bloedproducten of bloedtransfusie met besmet bloed (in West-Europa loop je ongeveer geen risico)
Als je HIV hebt dan zit het virus vooral in je bloed en je sperma. In vaginaal vocht en voorvocht is komt het virus minder voor, maar je kunt toch besmet raken hierdoor. Het lichaam heeft nog andere soorten vocht, maar het virus komt daar in zo’n lage concentratie voor dat je hierdoor niet besmet kunt raken. Met die andere soorten vocht worden bedoeld: speeksel, zweet, traanvocht, urine en ontlasting. Deze zijn dus ongevaarlijk. Behalve als er te zien bloed in zit. In de dagelijkse omgang met seropositieve mensen loop je geen enkel risico! De mogelijkheid op infectie bestaat alleen bij onveilige handelingen met bloed, vaginaal vocht, sperma en voorvocht.
HIV krijg je NIET door
- iemand een hand te geven of op een andere manier de huid aan te raken
- (tong)zoenen lees meer over Aids, de bekendste SOA




