Gewone vlier: een veelzijdig kruid
De gewone vlier is een struik die vrij algemeen in Nederland voorkomt en eeuwen oud kan worden. Vroeger plantte men de vlier vlak bij de boerderij, het liefst onder het keukenraam omdat de vlier bescherming bood tegen kwade geesten, vliegen en ongedierte. Bovendien trok ze goede geesten aan en was ze een veelzijdig geneesmiddel zodat men uit respect zijn hoed ervoor af nam. Als de vlier bloeit in mei, juni doet ze dat met crèmekleurige vijftallige bloemetjes die in schijnschermen bijeen staan. Ze verspreidt een indringende, soms onaangename geur die licht bedwelmend is. De kleur crème bevat geel en wit en heeft daardoor een kalmerende, opwekkende en bemoedigende werking in zich. In augustus krijgt de vlier bessen die, als ze rijp zijn, zwart van buiten en rood van binnen zijn. Het zomerse uiterlijk van de vlier is vriendelijk, vrolijk en zacht. In de herfst toont de vlier ons zijn andere kant, het hout is dan taai en de struik lijkt veel strenger en statiger. Zo kan de vlier enerzijds de strenge, starre mens zachter maken en anderzijds de te zachte en meegaande mens leren structureren en afbakenen. De vlier reinigt het bloed en vult aan bij tekorten. Vliersap met citroen is een uitstekend middel bij griep. Voor de thee gebruiken we de bloesems.
- Ontstekingen; werkt verzachtend, zuiverend en ontsmettend. Wekt zweten op en stimuleert de nieren.
- Luchtwegen; verhoogd de weerstand, bij griep, verkoudheid, keelpijn, amandelontsteking, hoest, bronchitis en astma.



