Omega 3 vetzuren, eet vaker vette vis!
De Belgische voeding aanbevelingen werden aangepast aan de wetenschappelijke bevindingen omtrent omega 3 vetzuren. Verhoudingsgewijs krijgen we immers te weinig van die essentiële vetzuren binnen. De verschillende soorten van vet stoffen blijven in het middelpunt van de belangstelling staan als het over de relatie voeding en gezondheid gaat. Dat verzadigde vetten absoluut te mijden zijn en onverzadigde te verkiezen is geen nieuws. Dat men bovendien een onderscheid maakt tussen meervoudig en enkelvoudig onverzadigde vetzuren is al evenzeer oude kost. Maar zelfs binnen de meervoudig onverzadigde vetzuren is het belangrijk een opsplitsing te maken, met name tussen omega 6 en omega 3 vetzuren. Er blijkt voornamelijk iets te schorten aan de verhouding waarin wij die twee consumeren: te weinig omega 3 in verhouding tot de hoeveelheid omega 6.
Een ontwrichte verhouding
Aan mensen die problemen met het hart- en vaatstelsel hebben, wordt dikwijlsin de eerste plaats aangeraden te letten op de vetten in hun voeding. Ze moeten kiezen voor producten (plantaardige olie, margarine) op basis van meervoudig onverzadigde vetzuren.
De meeste van die producten zijn weliswaar rijk aan omega 6, maar arm aan omega 3 vetzuren. Talloze wetenschappelijke studies hebben evenwel aangetoond dat vooral de omega 3 vetzuren verantwoordelijk zijn voor de gunstige gezondheid effecten. Bij de gemiddelde Belg bedraagt de verhouding in aanvoer tussen omega 6 en omega 3 nu 10:1 terwijl dat idealiter 5:1 of zelfs 4:1 zou moeten zijn. De enzymen die ons lichaam inzet om omega 6 en omega 3 vetzuren om te zetten in gunstige stoffen zijn dezelfde. Vermits omega 6 in de aanvoer veel dominanter is dan omega 3 blijven er dikwijlsniet genoeg enzymen over om ook de omega 3 vetzuren in voldoende mate om te zetten in gunstige stoffen. De alfa en de omega van een gezond voedingspatroon. Omega 3 vetzuren zijn essentiële vetzuren. Dat betekent dat ons lichaam ze zelf niet aanmaakt en dat ze in voldoende mate via de voeding moeten worden aangereikt. De belangrijkste zijn ALA (alfa-linoleenzuur), EPA (eicosapentaeenzuur) en DH(docosahexaeenzuur). Als ALA wordt aangevoerd (vb. via koolzaadolie), dan kan ons lichaam dat zelf omzetten in EPA en DHA, op voorwaarde dat er genoeg enzymen beschikbaar zijn (cfr. Supra). EPA en DHA zijn ook rechtstreeks beschikbaar in vette vis.
lees verder




