Cholesterol, alles wat je moet weten over
Wat is cholesterol?
Cholesterol is een vetachtige substantie die van nature in en buiten ons lichaam present is. Het smeltpunt van de stof cholesterol ligt op 149 graden celcius. Daardoor is cholesterol op kamer- en lichaamstemperatuur een vaste stof die niet met water mengt. Cholesterol komt niet voor in plantaardig voedsel, maar uitsluitend in dierlijk vet, vooral in eieren en orgaanvlees (lever, nier, hom, kuit). Het is een lichaamseigen stof, die zelfs onmisbaar is voor de opbouw van cellen. Wist u dat ruim 10 procent van de hersenen bestaat uit cholesterol? Hieruit blijkt wel hoe belangrijk cholesterol voor ons is. Cholesterol heeft meerdere functies in ons lichaam. Het is een belangrijke bouwstof, maar het kan ook een factor zijn in het veroorzaken van hart- en vaatziekten, doodsoorzaak nummer 1. Ook speelt het een rol in de afbraak van vetten in de darmen. Een veelzijdig stofje, dus!
De lever
De lever is één van de voornaamste en grootste organen in ons lichaam. De lever ligt onder de longen, half voor de maag, aan de rechterkant van het lichaam. Bij de afbraak van gifstoffen in ons lichaam, als alcohol, speelt de lever een grote rol. Je zou kunnen zeggen dat de lever de zuiveringsinstallatie van ons lichaam is. Ook speelt de lever een belangrijke rol in de cholesterolhuishouding. De lever heeft de mogelijkheid om cholesterol uit het bloed te halen, en kan ook extra cholesterol aanmaken uit vetten. Cholesterol wordt geproduceerd uit verzadigde vetten. Met de productie van cholesterol neemt de lever ongeveer 75 procent van de totale cholesterolopname in het bloed voor haar rekening. De resterende 25 procent nemen wij op via onze voeding, als wordt beschreven op de volgende pagina. Via de lever wordt cholesterol ook uitgescheiden. Het komt via de gal in de twaalf-vingerige darm terecht, waarna het het lichaam kan verlaten. Een deel van de cholesterol wordt in de dunne darm echter opnieuw opgenomen in het lichaam.
Opname via de voeding
Cholesterol komt niet alleen via productie door de lever in het bloed terecht. Ook in de voeding zit cholesterol. Hoe dit opgenomen wordt in het bloed kunt u hier lezen. Als u wat eet, gaat het voedingsmiddelen via de mond, de slokdarm en de maag naar de darmen. In de darmen wordt aan de voedselbrij onder andere een emulgator toegevoegd, waardoor de vetten in kleinere deeltjes worden omgezet. Deze emulgator is gal. Daarna moeten de vetten, waaronder cholesterol, uit de voedselbrij worden gehaald. Omdat vet niet in water opgelost kan worden, moet het verpakt worden. Dit gebeurt in het geval van cholesterol met zogenaamde chylomicronen. Chylomicronen zijn kleine eiwitbolletjes waar de cholesterol in verpakt wordt. Het opnemen in het bloed van deze chylomicronen met cholesterol erin, gebeurt in de dunne darm. Via de dunne darm komt het in het bloed terecht, en wel in de poortader. Door de poortader stroomt het bloed naar de lever. Vanuit de lever gaat een deel van de cholesterol de bloedsomloop weer in en een ander deel wordt uitgescheiden in de darmen. Dit proces is een stuk ingewikkelder dan het hier lijkt, als u op de volgende pagina zult zien. Zoals gezegd komt 75 procent van de cholesterol in het bloed terecht via productie door de lever, uit verzadigde vetten. Slechts 25 procent van alle cholesterol in het bloed is daar terechtgekomen via de voeding. Het is dus bij diëten vooral van belang om te letten op de vetten die in het voedingsmiddelen zitten. Minder belangrijk is hoeveel cholesterol er in de voeding zit.
Verschillende verpakkingen
Aangezien de cholesterol als het in chylomicronen verpakt is geen functie heeft, moet het in een ander "jasje" gestoken worden. Voor dat jasje wordt lipoproteïne gebruikt. Lipoproteïne is een eiwit, en is in staat om onoplosbare stoffen te transporteren in het bloed, in dit geval dus cholesterol. De chylomicronen met de cholesterol worden in de lever omgepakt tot VLDL-pakketjes. Dat VLDL is een Engelse afkorting voor "Zeer Lage Dichtheid Lipoproteïne". Het VLDL wordt getransporteerd naar de alvleesklier, waar de cholesterol alweer een andere verpakking krijgt. Het gaat van VLDL naar IDL, wat een Engelse afkorting is voor "Normale Dichtheid Lipoproteïne". Als dat gebeurd is gaat het volledige zaakje weer terug naar de lever. Daar wordt een deel van de cholesterol uitgescheiden in de darmen, via de gal. Voordat het overgebleven cholesterol eindelijk de bloedsomloop in gaat wordt het een laatste keer omgepakt. Hier zijn twee verpakkingen mogelijk: LDL en HDL. LDL staat voor "Lage Dichtheid Lipoproteïne" en HDL staat voor "Hoge Dichtheid Lipoproteïne". LDL en HDL zijn veruit de bekendste verpakkingen. De volgende twee pagina's gaan helemaal over deze twee vormen waarin cholesterol in het bloed voorkomt.
LDLc
Een kleine toelichting voordat u aan deze pagina('s) begint: LDLc is een afkorting voor LDL cholesterol en HDLc voor HDL cholesterol. Deze twee stoffen worden meestal kortweg aangegeven met LDL en HDL, maar dit is eigenlijk foutief. LDL en HDL zijn namelijk alleen de verpakkingen, waar cholesterol in zit, terwijl met LDLc en HDLc de verpakking inclusief de cholesterol worden aangegeven. Het LDL cholesterol staat bekend als het 'slechte' cholesterol en het HDL cholesterol als het 'goede' cholesterol. Alleen, waarom wordt nou altijd die tweedeling genoemd? Wat is eigenlijk het verschil tussen LDLc en HDLc? Dat heeft te maken met het verschil in de functies van LDLc en HDLc. We zullen dat nu nader toelichten. LDL cholesterol is een bouwsteen. Het wordt gebruikt voor de opbouw van celmembranen. Vooral in de hersencellen en de zenuwcellen is veel cholesterol te vinden. De celmembranen, de wanden van de lichaamscellen, zijn opgebouwd uit lipiden. Lipiden zijn verbindingen van cholesterol, triglyceriden en fosfolipiden. Dit zijn allemaal vetsoorten. Celmembranen zijn dus voor een deel opgebouwd uit cholesterol. Dit is één van de redenen waarom wij niet kunnen lees meer over Cholesterol, alles wat je moet weten over




