Algemene richtlijnen voor sportvoeding
Bijna iedereen heeft een te hoge inname van calorieen
Vaak wordt er gedacht dat sporters meer vitaminen, mineralen en calorieen nodig hebben dan niet-sporters. Dit is maar gedeeltelijk waar. Het verbuik aan calorieen van sporters is inderdaad hoger alleen is het in de Westerse wereld zo dat zowel niet-sporters alsook sporters teveel calorieen innemen. Hierdoor wordt er aan de verhoogde vraag aan calorieen bij sportende mensen automatisch voldaan. Het is beter om te kijken naar het vetpercentage. Als je om je heen kijkt in de sportschool dan zie je dat veel sporters een vetpercentage hebben dat ligt rond de 20% bij mannen en 25% bij vrouwen. Dit hoort eigenlijk 5-10% lager te zijn. Het verbruik van calorieën is dus wel hoger bij een sporter dan bij iemand die niet sport maar dit betekent niet dat je bijzonder veel meer moet gaan eten. Pas als je tekenen van een laag vetpercentage gaat vertonen (vetpercentage van onder de 10% bij mannen en 15% bij vrouwen) zou je hierop moeten gaan letten. Een uitzondering hierop vormt de ectomorf. Dit lichaamstype heeft van nature zeer weinig vet en weinig spiervolume. Om hier verandering in te brengen is het eten van veel calorieen in de vorm van koolhydraten de enige methode om meer spiervolume te verkrijgen. De meso- en endomorfen moeten oppassen met koolhydraten, zij worden er pofferig en vet van.
Koolhydraten
Koolhydraten kun je in verschillende vormen via de voeding opnemen. Je hebt de zogenaamde snelle en langzame koolhydraten. De snelle koolhydraten vind je in makkelijk verteerbare bewerkte voeding. Voorbeelden hiervan zijn snoep, frisdranken, sportdranken, brood, aardappelen, pasta, wit brood, e.d Langzame koolhydraten vind je in linzen, bonen, kikkererwten, rauwkost, groenten, roggebrood, e.d De snelle koolhydraten moet je zo veel mogelijk eten na training en vermijden op andere momenten van de dag. Deze voeding zorgt namelijk voor een sterke stijging van de insulinespiegel in het bloed en daarmee ontstaat een sterke anabole (spier- en vetopbouwende) prikkel. Insuline is namelijk een anabool hormoon. Verder wordt er tegelijkertijd ook IGF afgegeven (Insuline Growth Factor), een groeihormoon dat zorgt voor spiergroei. Op het moment dat je net een training achter de rug hebt worden de koolhydraten gebruikt om de glycogeenvoorraad in de spieren en de lever aan te vullen en zorgen insuline en IGF voor spieropbouw. Op het moment dat je niet getraind hebt worden de koolhydraten voor een groot deel omgezet in vetten en zorgt insuline voor vetopslag ! De langzame koolhydraten kun je op alle momenten lees verder




