Kiplekker met vlees
Wist je dat de hoeveelheid vlees die je eet een aanzienlijke invloed heeft op je ecologische voetafdruk? Zowel in eigen land als in het Zuiden, zet de gangbare vleesproductie het milieu sterk onder druk. Intensieve veeteelt vraagt veel grond, water en energie, en kan bijdragen tot ontbossing, bodemerosie en klimaatswijzigingen door het broeikaseffect, vermesting, verzuring, watervervuiling en het verlies aan biodiversiteit. Willen wij op een duurzame manier voedingsmiddelen produceren, en zoveel mogelijk mensen voeden, dan is het belangrijk dat wij de energiebalans binnen de landbouw in de gaten houden. Net als mensen wenden dieren voedingstoffen niet alleen aan voor groei, maar ook voor beweging of temperatuursregulatie. De meeste dieren verbruiken op elk moment van hun leven meer voedingsenergie of eiwit dan ze opleveren in de vorm van vlees. De overige nutriënten worden omgezet in mest. Bij kleinschalige veeteelt kan mest verwerkt worden tot een waardevolle bodemverbeteraar voor akkerteelten, maar bij grootschalige teelt laat men de mest rotten tot drijfmest. De inspuiting van deze mest is nefast voor het bodemleven en veroorzaakt de befaamde nitraatvervuiling van het grondwater. Vlees eten is een stuk minder energie-efficiënt dan het eten van plantaardige gewassen. Intensieve veeteelt gaat moeilijk samen met een gezond leefmilieu en bemoeilijkt toekomstige duurzame landbouwactiviteiten.
Veeteelt neemt heel wat ruimte in beslag. Globaal gezien wordt ruim drie kwart van alle landbouwgrond in de wereld of 29 procent van de totale landoppervlakte van de aarde gebruikt voor veeteelt. Dieren laten immers een eigen voetafdruk achter. We spreken hier wereldwijd over 1,3 miljard runderen, 0,9 miljard varkens, 16 miljard kippen en 1,8 miljard schapen en geiten. In Vlaanderen blijven deze dieren meestal onzichtbaar achter de stalmuren. Toch fabriceren wij ongeveer 2 keer meer vlees dan wij zelf verbruiken. Belangrijker nog dan de plaats die de dieren zelf innemen, is de ruimte nodig voor de teelt van de voeders. Het monotone Vlaamse landschap met vooral maïs en bieten vertelt reeds een deel van het verhaal. Maar het gros van de veevoeders wordt ver van ons bed, in derdewereld landen geteeld. Monoculturen, vooral van soja als eiwitleverancier voor dieren, volledig op de export naar het Westen gericht, doen lokale teelten of waardevolle ecosystemen verdwijnen. De plaatselijke bevolking wordt van hun voedselsoevereiniteit, het recht om het eigen voedingsmiddelen te produceren, beroofd. Voor de dieren zelf is een intensieve veeteelt hoegenaamd geen pretje: snavels van kippen worden afgebrand of gekapt, om te voorkomen dat ze mekaar zouden pikken in de enge kooien waarin ze worden gehouden. Een gelijkaardig verhaal geldt voor lees meer over Kiplekker met vlees




