Anticipatieangst, bang voor wat nog moet komen
De meeste mensen met een angststoornis hebben hinder van anticipatieangst. De manier hoe deze anticipatie wordt geuit is verschillend. Bij de paniekstoornis gaat het dikwijls om ‘angst om de angst’. Ze anticiperen (= lopen vooruit) op gevreesde situaties en zeggen dan ook dikwijls ‘als ik HET maar niet daar krijg’. Met HET wordt dan meestal een paniekaanval, of zich slecht voelen of bepaalde lichamelijke klachten krijgen, bedoeld. Anticipatieangst wordt ook dikwijls gekleurd door de dreiging van controleverlies. Dit controleverlies richt zich dan op meestal op volgende thema’s:
- Bang voor lichamelijk controleverlies als het krijgen van ‘iets’ (hartinfarct, hersenbloeding, kanker, flauwvallen). Men laat dan ook dikwijls verschillende onderzoeken doen of consulteerd op geregelde tijdstippen de huisarts. Omdat er doorgaans geen lichamelijke ziekte wordt vastgesteld wordt men onzeker en nog angstiger.
- Bang voor psychisch controleverlies waarbij men vooral gedachten heeft als ‘ik word toch niet gek!’. Bang niet meer helder kunnen denken en domme of vreemde dingen te gaan doen.
- Aansluitend op vorige kan er dan een vrees voor gedragscontrole ontstaan. Bang vreemd te doen, zichzelf of anderen iets aan te doen of gewoon in volkstaal ‘door het lint gaan’.
- In het verlengde van vorige is men dan ook bang in sociaal opzicht, waarbij schaamte en schuldgevoel een rol spelen. ‘Anderen denken dat ik gek ben of doe’.
Mensen met een paniekstoornis hebben ook de volledige tijd hun aandacht op hun lichaam gericht. Als het ware ‘oplettend’ of HET niet komt en/of ze geen lichamelijke klachten krijgen. De hierdoor uitgelokte paniekgevoelens bevestigen dan ook dat HET altijd kan komen. Veel paniekpatienten hebben hinder van 'angst om de angst'. Bang om weer een (paniek) aanval te krijgen. Tevens reageren ze dikwijls angstig op bepaalde informatie die met hun klachten is gerelateerd. Bijvoorbeeld: het zien van beelden, film of dergelijke kan vrees oproepen. Mensen met een dwangstoornis, een sociale fobie, een posttraumatische stressstoornis en gegeneraliseerde angststoornis hebben hinder van anticipatieangst. Deze angst houdt hun iedere dag bezig en belemmerd hun iedere dag functioneren.




