Dwangstoornis of obsessief compulsieve stoornis (OCS)
De naam van de dwangstoornis komt van de twee belangrijkste symptomen: dwanggedachten (obsessies) en dwanghandelingen (compulsieve handelingen). Dwanggedachten zijn ongewenste, zich opdringende gedachten of voorstellingen die uit de persoon zelf voortkomen, maar die hij/zij niet onder controle lijkt te kunnen houden. Ze komen als het ware buiten je wil om. Omdat de dwanggedachten steeds maar weer terugkomen, kunnen ze heel veel angst veroorzaken. Dwanghandelingen zijn steeds terugkerende handelingen of rituelen die de patiënt uitvoert om de angst te verlagen die door zijn dwanggedachten wordt opgeroepen. Smetvrees en poetsdwang zijn hiervan bekende voorbeelden. Andere dikwijlsvoorkomende dwanghandelingen zijn: tellen, controleren, dingen steeds weer recht of 'goed' zetten, geruststelling vragen of eisen en herhaaldelijk dezelfde handelingen verrichten. Ofwel geeft men toe aan de dwanghandeling of men zal bepaalde situaties / omstandigheden gaan vermijden.
Mensen met een dwangprobleem investeren zeer veel tijd in hun dwang waardoor dikwijlsvermoeidheid tot zelfs uitputting het gevolg kan zijn. Vooral dwangrituelen kunnen dermate veel tijd in beslag (voortdurend herhalen) dat er voor andere levensdoelen geen ruimte/tijd overblijft (zoals sociale contacten, relatie, vrije tijd, hobby e.d.m.). Mensen met een dwangstoornis weten dat hun gedachten en gedrag ‘niet normaal, onterecht en overdreven’ is. Veel mensen met dwang komen niet in de hulpverlening terecht. Hun ‘overtuiging’ dat bepaalde zaken ‘zo nu eenmaal horen’, maakt dat er soms geen ziekte-inzicht is waardoor de dwang toeneemt zowel in ernst als in hardnekkigheid. Een voorstel voor behandeling wordt dan ook afgewezen. Indien de betrokkene dan door zijn omgeving tot een behandeling wordt gedwongen, zal deze ook bijna altijd falen. Ook de familieleden worden dikwijls bij de dwanghandelingen betrokken, waardoor er relatieproblemen kunnen ontstaan. Bij de behandeling is het dan ook dikwijls noodzakelijk dat familieleden (het gezin) bij de behandeling worden betrokken.



