Farmacotherapie voor obsessieve-compulsieve stoornissen
De laatste dertig jaar is er gecontroleerd onderzoek verricht naar de werkzaamheid van antidepressiva bij ocs. Effectiever dan placebo zijn bevonden de selectieve serotonine-heropname-remmers (SSRI'S): fluoxetine, fluvoxamine, paroxetine en sertraline en het tricyclische antidepressivum (TCA) clomipramine. De SSRI citalopram is tot op heden niet vergeleken met een placebo maar op grond van groepseffectiviteit van de SSRI's kan worden aangenomen dat het bij ocs effectief zal zijn. Het is overigens niet uitgesloten dat andere antidepressiva werkzaam kunnen zijn bij ocs. Het effect van clomipramine is hei best gedocumenteerd. Gemiddeld reageert 50% van de patiënten op de medicatie. De meeste patiënten merken een vermindering van de dwanggedachten, dwanghandelingen en angsten.
Wanneer een secundaire depressie aanwezig is, zal meestal ook de stemming verbeteren. De werkzaamheid van de antidepressiva op de dwangsymptomen is echter onafhankelijk van het effect op de depressie: ook niet-depressieve patiënten met ocs reageren op de medicatie. Antidepressiva worden bij de ocs gemiddeld hoger gedoseerd dan bij de depressieve stoornis. De streefdoses zijn als volgt: clomipramine en fluvoxamine lot 300 mg per dag, fluoxetine, paroxetine en citalopram tot 60 mg per dag, sertraline tot 200 mg per dag. Men voert de dosis langzaam op. rekening houdend met de bijwerkingen. Dit betekent dat de patiënten beginnen met 50 mg clomipramine, fluvoxamine of sertraline en 20 mg fluoxetine, paroxetine of citalopram. Stapsgewijs wordt de medicatie verhoogd tot de genoemde streefdosis. Een toename van angstklachten vindt over het algemeen niet plaats. Dat is wel te verwachten bij een co-morbide paniekstoornis. Bij het instellen moet men daarop bedacht zijn. Nadat de patiënt twaalf weken op de optimale dosis is ingesteld, kan het effect geëvalueerd worden. In meta-analyses is gevonden dat clomipramine ten opzicht van placebo het grootste effect heeft, gevolgd door fluoxetine, fluvoxamine en sertraline. Paroxetine was ten tijde van het verschijnen van deze studie nog niet bij ocs onderzocht; vandaar dat geen plaatsbepaling heeft plaatsgevonden. Omdat het hier echter gaat om klinisch niet-relevante verschillen in effectiviteit tussen deze middelen, speelt de effectiviteit geen rol in het bepalen van de keuze van liet middel. Bijwerkingen spelen echter wel een rol bij de plaatsbepaling van de middelen. De patiënt met ocs zal antidepressiva als monotherapie namelijk zeer langdurig en misschien wel levenslang moeten gebruiken. Onderzoek van Pato e.a. (1988) heeft immers laten zien dat bij staken van antidepressiva alle patiënten volledig terugvallen tot hun oorspronkelijke klachtenniveau. Aangezien de medicatie langdurig moet worden gebruikt, moeten middelen gekozen worden die goed worden verdragen. Vandaar dat de SSRI'S de voorkeur verdienen boven clomipramine.
Het niet-reageren op een van de middelen zegt niets over de reactie op lees verder



