De gegeneraliseerde angststoornis: een beeld
Patiënten met een gegeneraliseerde angststoornis (GAS) piekeren en tobben veel over gevaren en problemen die kunnen optreden. Daarbij zijn ze ook nog bang deze gevaren en problemen niet goed te kunnen hanteren. Ze onderschatten daarbij hun eigen vermogens en capaciteiten. Bekende thema's waar patiënten zich zorgen over maken zijn hun eigen gezondheid of die van hun kinderen en partner, huisvesting en financien, verlies van werk en het niet aankunnen van verschillende dagelijkse beslommeringen. Een reële basis voor deze zorgen ontbreekt. Zij kunnen hun zorgen niet van zich afzetten, waardoor een gevoel van onbeheersbaarheid over het piekeren ontstaat. Het piekeren kan 's nachts doorgaan, waardoor slaapproblemen kunnen ontstaan. Bij veel patiënten bestaat het idee dat ze door te tobben en te piekeren op het ergste voorbereid zijn en daardoor beter met toekomstige problemen om zouden kunnen gaan. Aan de andere kant gaan ook veel patiënten met GAS piekeren over het piekeren. Ze maken zich er zorgen over dat ze misschien gek worden van het piekeren, dat hun gepieker niet normaal is, dat ze er geen controle over hebben en dat ze niet meer kunnen functioneren. Dit wordt ook wel meta-worry genoemd.
Patiënten met GAS voelen zich rusteloos, opgejaagd. gespannen en nerveus. Naast chronische zorgen en angsten bestaan begeleidende verschijnselen als vermoeidheid, prikkelbaarheid, concentratieproblemen, spierpijnen, een droge mond, misselijkheid, hartkloppingen, duizeligheid, slikklachten, diarree, te veel zweten en wazig zien. De ernst van de klachten kan in de loop van de tijd wisselen. Vaak hebben patiënten met GAS het gevoel dat ze op hun tenen moeten lopen om aan de eisen van het iedere dag leven te voldoen en daardoor vertonen ze verschillende vormen van vermijdingsgedrag. Zo kunnen ze activiteiten voorkomen die zij ervaren als een extra belasting, bvb afspraken hebben met anderen of de telefoon beantwoorden, omdat ze bang zijn de ander niet adequaat te woord te kunnen staan. Een vermijdingsstrategie om piekeren te voorkomen kan zijn te zorgen voor een overladen dagprogramma, zodat er geen tijd overblijft om te piekeren. Gevolg hiervan is wel dat de patiënten uitgeput raken. Ter geruststelling controleren patiënten geregeld waar hun partner en kinderen verblijven, door ze bvb op hun werk of bij vriendjes op te bellen. GAS wordt geassocieerd met forse beperkingen in het iedere dag functioneren, medisch onverklaarbare klachten en een te veel beroep op de gezondheidszorg.




