Inwendige slaap klok
Tijdens de nacht doorloop je verschillende slaapfasen, en die cyclus doorloop je meerdere keren. Iedere cyclus slaap je minder diep dan de vorige. Een inwendige klok houdt het voor je bij.
De circadiane klok
Wanneer iemand geen idee van tijd heeft, als in een lab waar geen daglicht te zien is en waar geen klokken zijn, slaapt hij of zij toch ongeveer acht uur per dag. We gaan alleen langzaam uit de pas lopen met de wereld om ons heen. Onze inwendige klok werkt met een dag van ongeveer vijfentwintig uur. Normaal gesproken wordt de klok door de biologische wekker of de opkomende zon weer gelijkgezet. Deze 'circadiane klok' bevindt zich in de hersenen. Uit dierexperimenten is gebleken dat hij zich bevindt in de 'nucleus suprachiasmaticus'.
Alles heeft een (ciradiaan) ritme
Zelfs bij insecten en eencelligen vinden wij het circadiane ritme. Binnenin de cellen worden processen reeds gestuurd in een cyclus die ongeveer vierentwintig uur duurt. De genen die bij de circadiane klok horen zijn reeds voor verschillende organismen gekloond, en ze blijken voor altijd grote overeenkomsten te vertonen. Het is niet onredelijk om te veronderstellen dat de circadiane klok in onze hersenen uit dit systeem ontstaan is, maar hoe dat is gebeurd is nog grotendeels onbekend.
Een tijd voor alles
Heel veel processen in ons lichaam worden door de circadiane klok aangestuurd. Er zijn ideale tijdstippen om te leren omdat ons geheugen dan het beste werkt. Ons korte-termijn geheugen werkt 's morgens het beste, terwijl rond lunchtijd het lange-termijn geheugen juist piekt. Rond een uur of drie 's middags krijgen wij dikwijls behoefte aan een dutje, en aan het eind van de dag zijn wij goed in sorteerwerk. Waarom dat precies zo is weten wij dikwijls niet, maar op een of andere manier houdt het verband met onze inwendige klok.
De klok en de hormonen
Tijdens de slaap geeft de hypofyse, een hormoonfabriek in de hersenen, verschillende hormonen in verhoogde concentratie af. Een voorbeeld daarvan is het groeihormoon. Uit onderzoek blijkt ook dat kinderen en proefdieren in een lab vooral gedurende de slaap groeien.



