Contactlenzen
Contactlenzen
Het verschil tussen de hydrofiel (zachte) en de vormstabiele (harde) contactlenzen
- Welke lens moet ik kiezen, hydrofiele lenzen of vormstabiele lenzen ?
- Contactlenzen en een leesbril
- En als ik er nu niet aan kan wennen ?
Contactlenzen zijn onder te verdelen in twee groepen:
- Vormstabiele (harde zuurstofdoorlatende) contactlenzen
- Hydrofiele (zachte) contactlenzen
De vormstabiele (of harde zuurstofdoorlaatbare) contactlens
De harde contactlens heeft een stabiele vorm. De lens is vervaardigd van een kunststof, welke meestal een zuurstofdoorlatende eigenschap heeft. De diameter van de lens varieert tussen de 7 tot 11 mm en is kleiner dan de diameter van het hoornvlies. De lens drijft op het traanvocht vlak voor het hoornvlies. Door de knipperslag beweegt de lens. Hierdoor wordt het traanvocht achter de lens ververst (ventilatie). Het hoornvlies kan bij een goede ventilatie de noodzakelijke bestandsdelen uit het traanvocht onttrekken en haar afvalstoffen afscheiden. Het is aan de contactlensspecialist de taak om naast een goede gezichtsscherpte, de lens zodanig aan te passen dat er een goede ventilatie en een correcte drukverdeling plaatsvindt. De vormstabiele contactlens wordt met een nauwkeurigheid van 0.05 mm aangepast.
Vormstabiele lens
Het hoornvlies verandert, net als de rest van ons lichaam. Het is daarom gewenst minstens 1 x per jaar de pasvorm in relatie met het hoornvlies te laten controleren door een optometrist. Een langzaam wijzigende hoornvliesvorm en de hierdoor langzaamaan incorrect verlopende pasvorm van de contactlens wordt door de drager niet bijtijds opgemerkt. Een niet correct passende vormstabiele contactlens kan tot (tijdelijke) vervorming, beschadiging of zelfs (blijvende) verlittekening van het hoornvlies leiden. Alleen bij jaarlijkse controle door een optometrist kunnen aandoeningen als deze tijdig worden herkend en door een nieuwe aanpassing worden voorkomen. Een goed passende vormstabiele contactlens gaat, lees meer over Contactlenzen



