Gezond eten verkleint kans op 'open ruggetje'
Een gebalanceerde voeding verlaagt het risico op een baby met een 'open ruggetje'. Dit concludeert NWO-promovendus Pascal Groenen. Hij onderzocht hoe verschillende voedingselementen het riciso op deze afwijking beïnvloeden. Groenen promoveert op 4 oktober aan het Universitair Medisch Centrum St. Radboud in Nijmegen. Een lage concentratie myo-inositol, zink, vitamine B12 of een licht verhoogde glucoseconcentratie in het bloed vergroten de kans op een kind met spina bifida. Deze afwijking bij de geboorte staat ook bekend als een 'open ruggetje'. Myo-inositol (hexahydroxycyclohexaan) speelt een belangrijke rol in veel biologische processen in de mens. Het wordt zowel door het menselijk lichaam gemaakt als uit het voedingsmiddelen opgenomen. Zink is nodig voor het aanmaken van eiwitten en speelt zo een rol in ongeveer alle processen in het menselijk lichaam. Vitamine B12 is van belang voor een goede werking van het zenuwstelsel en bevordert de werking van foliumzuur. Zink en vitamine B12 zijn veelvoorkomende voedingsstoffen. Ze zitten bijvoorbeeld in vis, eieren, melk, vlees (vitamine B12) en groenten (zink). De resultaten van het onderzoek onderstrepen het belang van gebalanceerde voeding voor en tijdens de eerste weken van de zwangerschap. Om de kans op een kind met spina bifida te verkleinen, adviseert de Gezondheidsraad sinds 1993 de extra inname van foliumzuur (vitamine B11) voor vrouwen die zwanger willen worden. Het onderzoek van Groenen toont aan dat foliumzuur niet de enige voedingsstof is die een rol speelt bij de preventie van spina bifida. Aanvullend onderzoek moet uitwijzen of extra inname van myo-inositol, zink of vitamine B12 daadwerkelijk zinvol is.
Aanleiding voor het onderzoek van Pascal Groenen was de bevinding dat myo-inositol bij muizen zeventig procent van de gevallen van een 'open ruggetje' kon voorkomen. Vervolgens is vanuit het UMC St Radboud in Nijmegen, in samenwerking met alle spina bifida teams en de patiëntenvereniging BOSK/VSOP, een grootschalig onderzoek opgezet naar de rol van voeding, leefstijl en erfelijke factoren bij de ontwikkeling van spina bifida bij de mens. In totaal hebben 132 families met een kind met deze afwijking en 236 controlefamilies aan het onderzoek meegewerkt. Spina bifida is een ernstige afwijking van het centrale zenuwstelsel, die in de eerste vier weken van de zwangerschap ontstaat. In de meest ernstige vorm is de rug aan de achterkant niet geheel dichtgegroeid en liggen de zenuwen in de rug open zonder bedekt te zijn door de huid. Hierdoor zijn de zenuwen dikwijlsbeschadigd, waardoor patiëntjes meestal verlamd zijn. Eén op de tweeduizend kinderen in Nederland komt met spina bifida ter wereld. De afwijking gaat dikwijlsgepaard met een waterhoofd. Het vocht in het hoofd veroorzaakt grote druk op de hersenen, waardoor baby's met spina bifida een grote kans op hersenbeschadiging hebben.



