Gezondheid, ouderen en zwemmen!

 

Algemeen

Hoe jonger de lesgevers aan ouderen zijn, hoe meer ze zich moeten realiseren welke aandachtspunten invloed hebben op het werken met ouderen. Dat wil niet zeggen dat wij moeten streven naar "ouderen voor ouderen", maar wel naar kennis van zaken. Het progressief proces van ongunstige veranderingen, uitgedrukt in onderstaande aandachtspunten, zijn vanzelfsprekende ouderdomsverschijnselen van het lichaam die zeer zeker van invloed zijn op het gedrag van de oudere mens.Het zijn gebreken bij het ouder worden, maar geen ziektes. Al deze aanpassingen houden niet in dat men ongezond is. Iedereen krijgt op een bepaalde leeftijd hiermee te maken. Het is uiteindelijk ieders toekomst.

Ter overdenking

In de zwemwereld zijn verschillende signalen op te vangen, die op grond van aanpassingen in de samenleving verwijzen naar noodzakelijke aanpassingen in het zwemonderwijs. Een belangrijke verandering voor de zwembaden is dat het aantal ouderen toeneemt. De bevolkingssamenstelling is aan het 'verzilveren' en aan het 'ontgroenen'. Daar zal het zwemonderwijs op in moeten spelen. De belangrijke groep klanten van baden in de leeftijd van 10 tot 30 jaar zal in het jaar 2002 met ± 1.000.000 personen verminderd zijn en het aantal 50-plussers met ± 4 miljoen zijn toegenomen. De gemiddelde levensverwachting in Nederland voor jongens die nu worden geboren is 74,3 jaar en voor meisjes 80,3 jaar. Gemiddeld dus 77 jaar oud. Verwacht wordt dat door optimale voeding, lichaamsbeweging en aanpassing van de levensstijl de levensverwachting van kinderen die in het jaar 2000 worden geboren gemiddeld rond de 85 jaar ligt. Volgens het WWR-rapport "Ouderen voor Ouderen" zullen in het jaar 2010:
  • Tegenover 100 personen in de leeftijd van 15 - 65 jaar, 22 personen staan die ouder zijn dan 65 jaar
  • Op dit moment is de verhouding 100 - 18
  • In de jaren 2010 - 2040 zal deze verhouding zich snel in ongunstige zin veranderen tot 100 - 42.
De groep ouderen neemt dus in onze samenleving, in de komende decennia, zowel in aantal als in gemiddelde leeftijd toe (= dubbele vergrijzing). Om op latere leeftijd toch een goede gezondheid en goede conditie te houden is juist zwemmen en waterrecreatie heel geschikt. Maar om honderd jaar te worden in blakende gezondheid en bij volle verstand is meestal een utopie. Mensen verouderen heel verschillend. Het hart kan op 70-jarige leeftijd de capaciteit van een 20-jarige hebben of andersom. Organen gaan bij het ouder worden minder goed functioneren, maar dat hoeft geen verhindering te zijn om te gaan zwemmen. Zo vermindert de maximum capaciteit van de longen met 40 procent tussen de 20 en 80 jaar, neemt de maximale hartslag af met 25 %, verdikken de bloedvaten en stijgt de bloeddruk ook met zo'n 25 %. Ook gehoor en het scherp zien worden minder. Het vermogen om hoge tonen te horen vermindert reeds voor het 30ste jaar, terwijl lage tonen vanaf 65 jaar langzaam maar zeker niet meer te horen zijn. Problemen met het lezen beginnen dikwijls reeds na het 40ste jaar. Vanaf 50 jaar neemt de mogelijkheid op staar toe. De glucose (koolhydraat) stofwisseling (metabolisme) laat het met het klimmen der jaren langzaam maar zeker afweten. Evenals de spiermassa: die gaat iedere 10 jaar zo'n 5 á 10 procent achteruit. De kracht van de handdruk is op een leeftijd van 70 jaar met ongeveer de helft verminderd. Het verlies van bot wint het van de aanmaak van bot reeds rond het 35ste levensjaar.

Het is een grote vergissing te denken dat ouderen door het achteruitgaan van hun lichamelijke en geestelijke vermogens niet meer zouden kunnen leren zwemmen. Dat is absoluut niet waar! Een ander hardnekkig misverstand is dat veel ouderen zelf van mening zijn dat ze te oud zijn om te leren zwemmen. Zwemmen zouden wij zelfs voor ouderen gezond kunnen noemen, omdat het fijn is, vreugde verschaft en wellicht de monotonie van het dagelijks leven tijdelijk doorbreekt of zelfs opheft.
Daarnaast kan het gezondheid bevorderen, zwemmen leidt wellicht tot:
  • hogere zuurstof (O2) opname capaciteit
  • grotere lichamelijke fitheid/vitaliteit
  • langere instandhouding van de zelfredzaamheid thuis en in het dagelijks leven waardoor de kwaliteit van het leven bevorderd wordt.
Zwemmen kan tot op hoge leeftijd beoefend en/of aangeleerd worden. Het is trainbaar, alleen minder.
Kortom:
  • Een zwembadmanager die met zijn tijd meegaat, weet dat 60-plussers (vroeger bejaarden, ouderen, supersenioren, vergrijsden, oude van dagen, verzilverden genoemd) een belangrijk deel van zijn doelgroep vormen.
  • Een doelgroep met veel vrije tijd en gemiddeld een ruim bestedingsbudget.
  • Het overgrote deel leest een regionale krant, dat is dus een perfect medium om in te adverteren over uw zwemactiviteiten voor deze doelgroep, 58 procent gaat minstens een keer per jaar op langere vakanties naar waterrijke gebieden.
Speel hierop in!

Extra aandachtspunten voor het onderwijzen en corrigeren van bewegingen in water aan ouderen

Voor het onderwijzen van zwemtechnieken aan jeugdigen zijn de oefenstof en de correcties aangepast aan de algemene kenmerken van de verschillende ontwikkelingsfasen. De ervaring leert dat het eigen maken van nieuwe technieken toch individueel zeer verschillend verloopt. In de praktijk wordt geprobeerd deze verschillen op te vangen. Voor het onderwijzen van zwemtechnieken aan senioren wordt uiteraard ook rekening gehouden met individuele verschillen. Maar voor het leren en corrigeren van zwemtechnieken aan ouderen gelden nog extra aandachtspunten.

1. Bij het ouder worden loopt de kwaliteit van een aantal belangrijke lichaamsfuncties geleidelijk terug

  • Daardoor kost het meer moeite om op oudere leeftijd nieuwe vaardigheden aan te leren. Blijf motiveren anders wordt er vroegtijdig gestopt.
  • Deze leertijd op deze leeftijd mag nooit onder tijdsdruk staan.
  • Om ouderen een veilig gevoel te geven is een keuring aan te bevelen voor het beginnen met zwemmen, alhoewel een keuring nooit uitsluit dat er iets gebeuren kan.
  • De kleinste inspanning te water bewerkt meer lichaamsfuncties dan in de zaal.
  • Kortom de "oude dag" gaat gepaard met een aanzienlijke vertraging van het levenstempo wat jongeren aan de kassa wel eens kan doen verlangen naar de instelling van aparte seniorenloketten.
  • Ons lijf voert met het leven een slijtageslag en dit is niet te stoppen.

2. Ouderen drijven gemakkelijker omdat de samenstelling van botten, spieren en vet is veranderd. Het soortelijk gewicht (= s.g.) is lager geworden

  • S.g. is lager door onder andere osteoporose, ouderdomslongemphyseen, spieratrofie en vettoename.
  • Het gebruik van drijfmiddelen is meestal niet nodig.
  • Het verticaal watertrappen vraagt hierdoor nauwelijks beenactiviteit.
  • In rugligging drijven ouderen zuiver horizontaal en in borstligging zakken de benen nauwelijks.
  • Er moet dus wel extra aandacht besteed worden aan het overeind komen uit horizontale ligging. Laat dit extra oefenen om paniekreacties te voorkomen.
  • Vanaf 30 tot 35 jaar neemt het vetgehalte jaarlijks 0.2 tot 0.8 kilogram toe.
  • In het begin hebben veel ouderen de neiging om bij iedere stap in borstdiep water omhoog te komen. Laat dan met 'handverbinding' werken om balansstoring te voorkomen.
  • Ouderen kunnen langer uitdrijven tussen twee slagen.
  • Ouderen tillen makkelijker het hoofd uit het water zonder dat het lichaam zakt.
  • Ouderen zijn in staat langzaam vooruit te komen, soms zelfs met een gebrekkige stuwkracht.

3. Het vermogen om gecombineerde bewegingen te maken neemt bij ouderen af. Ze verliezen het vermogen twee of meer dingen tegelijk te doen

  • Men kan zich maar op een ding goed concentreren.
  • Bij het gaan staan vanuit rugligging, ook een combinatie van bewegingen, zal dus in het begin moeizaam verlopen. Alleen veel herhalen in een rustig tempo geeft leerresultaat.
  • Geef slechts een correctie of opdracht tegelijk.
  • Bij concentratie op één oefening wordt dikwijls het op geregelde tijdstippen doorademen vergeten en gaat men persen met alle risico's van dien.
  • Gevolgen van het verdwijnen van de combinatiemotoriek zijn bijvoorbeeld:
    • Minder controle en/of slechte coördinatie zeker niet in de laatste plaats onzekerheid
    • Dat ouderen bij het leren van de schoolslag met de beenslag geen raad weten, te meer omdat ze iets moeten doen wat niet te zien is
    • Dat het combineren van verschillende activiteiten, als lopen en praten, of zwemmen en achteromkijken moeizaam uitgevoerd worden (vergelijk hard geluidsvolume bij combinatie horen en zien bij een t.v.-uitzending.

4. Ouderen benutten slechts een deel van de longen, daar de borstkas starder en de buikspierkracht kleiner is

  • Ouderen ademen niet alles uit, dus hebben zij een groter luchtresidu. Normaal 1 1/4 l. wordt soms 2 1/2 l..
  • Sommige ouderen zullen door inspanning, onzekerheid of extra waterdruk snel, kort en oppervlakkig gaan ademhalen. Hierdoor zullen zij het steeds benauwder gaan krijgen, daar steeds een deel van de uitgeademde lucht weer ingeademd wordt (teveel C02). Remedie: diep uitademen.
  • Let op dat deelnemers doorademen gedurende het oefenen. Laat af en toe diep zuchten gedurende het oefenen.
  • Extra lang onder water blijven moet voorkomen worden.
  • Watergewennings oefeningen met materialen, bvb bal of plank, geven het beste resultaat als ze in het tempo van de ademhaling worden uitgevoerd.
  • Juist voor ouderen die een deel van de veerkracht van hun longen, dat wil zeggen veerkracht van de longblaasjes, verloren hebben is bewegen in water van groot belang (= ouderdomsemphyseem).
  • Geef regelmatig korte rustmomenten om op adem te komen en geef gedurende die pauzes uitleg, voorbeeld of achtergrond van de volgende oefening.
  • Voorkom adem inhouden. Het bloed stroomt niet goed terug naar het hart als de adem wordt ingehouden of als er geduwd wordt en kan kramp veroorzaken.

5. De bewegingsmogelijkheid van de (heup-)gewrichten neemt af door slijtage van het kraakbeen en ook de smering van de gewrichten wordt minder. De bewegingen worden verder beperkt door verhardende bindweefsel banden

  • Ouderen bewegen langzamer, moeizamer en strammer omdat de gewrichten stijver worden. Dit uit zich in onzeker lopen.
  • Het spreiden van de benen bij de schoolslag is beperkt en het krachtig sluiten is uitgesloten omdat ook de spierkracht afneemt en de veerkracht van de spieren vermindert.
  • Verminderde wendbaarheid van romp en hoofd omdat de beweeglijkheid van de wervelkolom minder wordt.
  • Door degeneratie van het gewrichtskraakbeen, ontstaan door gewrichtsvervorming, dikwijls houdingsafwijkingen waar bij het lesgeven rekening mee moet worden gehouden.
  • Let op! Door de automatische spierontspanning kunnen ouderen oefeningen uitvoeren die op het droge niet of nauwelijks mogelijk zijn. De beweeglijkheid in de gewrichten is na verblijf lees meer over Gezondheid, ouderen en zwemmen!





Sportblessures aan de knie!
Bouw en functie van de knie De knie is een heel belangrijke gewricht in ons lichaam. De knie moet zowel voor stevigheid als voor beweeglijkheid zorgen. Dit z...

Sport en gezondheid
U heeft het ongetwijfeld wel vaker gehoord dat beweging goed is voor de gezondheid. Wat u niet vaak heeft gehoord is dat verplicht is voor het behoud van de gezondheid. Sommig...

Steken in de zij tijdens het sporten
Steken in de zij Een lichamelijke klacht tijdens lichamelijke inspanning, die iedereen wel eens aan den lijve ondervonden heeft, is pijn in de zij. Meestal begint dit zeurend om vervolgens aa...

Depressie en sport
Bewegen is gezond en nog leuk ook! Het staat onomstotelijk vast dat regelmatig bewegen een positieve invloed heeft op gezondheid en welbevinden. Of je nu jong bent of oud, spo...

Infoblog de meest complete bron van informatie! Help Infoblog te vervolledigen en promoot je eigen site. Heeft u nog interessante informatie? Word dan infoblog partner en ontdek de voordelen!.
Vetverbranden.com - Hoe u uw metabolisme traint om PUUR LICHAAMSVET te VERBRANDEN