Kaas, een goede bron van calcium
Voedingswaarde kaas
Kaas bestaat voor het grootste gedeelte uit vet, eiwit en vocht. Twee derde deel van het vet in kaas bestaat uit verzadigd vet . De voornaamste mineralen die voorkomen in kaas zijn calcium (kalk), fosfor en natrium. Kaas bevat de vitamines B en de - in het vet aanwezige - vitamines A en D. Smeerkaas bevat wat meer water dan kaas en hierdoor wat minder eiwit en vet per 100 gram.
Vet in kaas
Vet is een van de belangrijkste smaakmakers van kaas. De consistentie van kaas kan ook beïnvloed worden door het vetgehalte. Hoe meer vet, des te minder hard de kaas. Het vetgehalte van kaas wordt uitgedrukt in een percentage dat voorkomt in de droge stof, omdat deze gedurende de rijping constant blijft. Zou het vetgehalte berekend worden op het totale gewicht, dan verandert het cijfer telkens, omdat de kaas gedurende het bewaren vocht verliest.
Wat betekent 48+?
De notatie 48+ op kaas betekent dat er 48 procent vet in de droge stof zit. Jonge 48+ -kaas bestaat voor 42 procent uit vocht en voor 58 procent uit droge stof. Op die manier bevat 100 gram 48+ -kaas 48 procent van 58 gram = ongeveer 28 gram vet. Op een zelfde wijze komen de getallen 30+ en 20+ tot stand.
Calcium
Calciumbronnen
Kaas is een goede bron van calcium (kalk). Zo zit in 100 gram Goudse kaas 784 milligram calcium. De dagelijkse benodigde hoeveelheid voor de gemiddelde Nederlander is 1000 mg. Een plak kaas weegt echter slechts 20 g, waardoor er ongeveer 7 plakken per dag nodig zouden zijn om genoeg calcium binnen te krijgen. Gelukkig bestaan er ook andere voedingsmiddelen die rijk zijn aan calcium. Melk en melkproducten als yoghurt leveren ook calcium, evenals sommige groenten (spinazie, boerenkool, Chinese kool, postelein), peulvruchten (witte en bruine bonen), noten en sojaproducten (bijvoorbeeld tofu). Calcium uit melkproducten (kaas, melk en melkproducten) wordt veelal beter opgenomen door het lichaam dan kalk afkomstig uit plantaardige bronnen. Calcium heeft bovendien vitamine D nodig om opgenomen te worden in het lichaam. In zuivelproducten zit zowel calcium als vitamine D.
Functie calcium
Calcium is met name van belang voor de opbouw en het onderhoud van skelet en gebit. De botten zijn een 'calciumopslagplaats' bij uitstek: 99 procent van alle calcium in het lichaam zit in de botten. Maar ook het hart, de spieren en andere organen hebben calcium nodig. Calcium speelt namelijk ook een rol bij de werking van het zenuwstelsel, de spiercontractie en de bloedstolling. Als het lichaam via de voeding te niet veel calcium binnenkrijgt, wordt de calciumvoorraad in de botten aangesproken. Hierdoor zou botontkalking kunnen ontstaan.




