Het proces van ontgifting
Het proces van ontgifting: uitbannen van schadelijke stoffen
Dag in dag uit voeden wij het lichaam met voedingsmiddelen via het spijsverteringskanaal, met zuurstof (O2) via de longen en zonlicht via de huid. Wat wij dikwijls niet realiseren is dat wij via deze organen óók gifstoffen binnenkrijgen waardoor lichaamsvochten - bloed, lymfe en kliersappen- verontreinigd raken.
Bloed- en lichaamsvochtreiniging werkt aan de genezing van de volledige mens
De laatste tientallen jaren is door een verhoogde aanvoer van toxines uit voeding, genotmiddelen, medicijnen, cosmetica, schoonmaakmiddelen en luchtvervuiling het gifgehalte in het lichaam schrikbarend toegenomen. Het betreft dikwijls chemicaliën die niet in het lichaam van onze grootouders voorkwamen. Naast deze vergiftiging van buitenaf is minstens zo belangrijk de interne vergiftiging als gevolg van te veel en verkeerd eten en drinken en voedselontbinding in de darm. Ontstekingshaarden, dikwijls het resultaat van vervuilde lichaamsvochten, kunnen ook toxische stoffen produceren. Als gevolg van bovengenoemde ontwikkeling zien wij altijd meer dat de reinigings- (ontgiftigings-) organen als lever en lymfe en de uitscheidingsorganen als darmen, longen, huid en nieren overbelast raken. Dit geeft een onvoldoende verwijdering van gifstoffen waardoor deze zich vastzetten in het lichaam. De ernst van klachten nemen toe met de hoeveelheid toxines en de duur waarmee het lichaam eraan is blootgesteld. Een klacht of ziekte is een manier om het lichaam van toxines te ontdoen. Het lichaam geeft er ook een noodsignaal mee af, namelijk dat er sprake van vervuiling en behoefte aan bloed- en lichaamsvochtreiniging.
Het reinigen van bloed- en lichaamsvochten is zo oud als de natuurgeneeskunde zelf
De grondgedachte van de reiniging van lichaamsvochten speelde in de prehistorie reeds een rol, maar het was de geneesheer Hippocrates die de humoraalpathologie (humoren = lichaamsvochten, pathologie = ziekteleer), ontwikkelde en op schrift stelde. Dit concept is een van de voornaamste filosofieën binnen de natuurgeneeskunde gebleven. Het gaat ervan uit dat de gezondheid van de mens in de eerste plaats afhankelijk is van de gesteldheid van de lichaamsvochten. Een goede samenstelling en zuiverheid van de vochten garanderen een goede gezondheid. Veel geneesheren en wetenschappers grepen terug naar de humoraalpathologie en werkte deze verder uit. Een van hen is de Duitse dokter Dr. Reckeweg die de zgn. homotoxicoseleer (leer van de zelfvergiftiging) ontwikkelde. Deze leer ziet ziekelijke processen in het lichaam als een uiting van een strijd van de afweersystemen tegen de vergiftigde stoffen en slakken (afvalstoffen van de stofwisseling). In zijn visie zijn uitscheidings- en ontstekingsaandoeningen nuttige processen die toxines onschadelijk maken en uitscheiden.
Ziekte is een poging van de natuur (het lichaam) om schadelijke stoffen uit te bannen
Dr. Reckeweg maakte in zijn homotoxicoseleer een onderscheid in zes zelfvergiftigingsfasen, oplopend van licht verontreinigd tot zwaar vervuild. Bij de eerste drie fasen, de humorale ziektefasen, zijn het bloed en de lichaamsvochten verontreinigd. Bij de laatste drie fasen zijn de gifstoffen vanuit het bloed en de lichaamsvochten de cellen binnengedrongen, dit zijn de cellulaire ziektefasen. Iedere fase vraagt om een andere therapeutische ondersteuning. Naarmate de gifaanvoer langer aanhoudt kan de zelfreiniging van het lichaam via lever, lymfe, longen, spijsverteringskanaal, huid en nieren ontoereikend worden. Dit leidt tot vergiftigingen van de lichaamsvochten en op een gegeven moment van de cellen en daarmee tot klachten. De klachten zijn een poging van het lichaam (de natuur) om de gifstoffen om te zetten en zich ervan te ontdoen. Naarmate dit mechanisme langer aanhoudt worden de klachten ernstiger en moeilijker ‘terug te draaien’.
Fase 1. De excretie- of uitscheidingsfase
De excretiefase is een inwendig reinigingsproces. Het opent de ‘sluizen’ van het lichaam door de reinigings- en uitscheidingsorganen en veiligheidskleppen op volle toeren te laten functioneren. Dit uit zich in verkoudheidsaandoeningen, niezen, zweten, slijmafscheiding uit neus, mond en keel, te veel en dik traanvocht, braken, vaginale afscheiding, heftige en klonterige menstruatie, stinkende adem, onfrisse lichaamsgeur, puistjes, oorsmeer, overmatige huidtalg-productie, diarree, stinkende ontlasting, donkere en stinkende urine enz. Op deze manier worden gifstoffen en de hierop goed gedijende virussen en bacteriën uit het lichaam gespoeld. De afvoer van (emotioneel) gif kan zich ook uiten in lichtgeraaktheid en irritatie.’s Nachts vindt de meeste reiniging plaats. Wanneer men ’s ochtends moe opstaat, duidt dit dikwijls op een verontreiniging. De uitscheidingsfase kan zich ook uiten in tekort aan eetlust, waardoor het lichaam probeert te voorkomen wordt dat er nog meer gifvorming door vertering en stofwisseling ontstaan. Mits op de juiste manier therapeutisch ondersteund bewerkt deze inwendige reiniging dat de zieke zich na zijn ziekte lichamelijk beter voelt dan daarvoor. Hoe sneller en grondiger het lichaam de gifstoffen uitscheidt hoe sneller een ziekte overwonnen wordt.
Fase 2. De reactie- of ontstekingsfase
Wanneer de uitscheidingsreacties er niet in slagen om de afvalstoffen te verwijderen, probeert het lichaam ze te verwijderen met lokale ontstekingen als neuritis, artritis, hepatitis, bronchitis, colitis en nefritis (’-itis’ = ontsteking). Bacteriële en virale ontstekingen ontstaan bij voorkeur op zwakke plekken van het lichaam waar de meeste afvalstoffen liggen opgeslagen (de bacterie of virus is dus niet de oorzaak maar de aanleiding voor een ontsteking). De slakken en gifstoffen worden hierdoor onschadelijk gemaakt en naar buiten afgevoerd. Dit uit zich in de vorm van etter, slijm, afscheidingen, abcessen, bindweefselontstekingen, angina, huiduitslag of eczeem. Wanneer er zich teveel afvalstoffen in het lichaam bevinden breekt er een acute ziekte uit, bvb in de vorm van griep. Voorafgaande hieraan worden in de weefsel opgeslagen afvalstoffen in het bloed gebracht. Dit veroorzaakt de bekende voorverschijnselen als moeheid, hoofdpijn, spierpijn en sufheid. Het immuunsysteem reageert daarna door er grote hoeveelheden witte bloedlichaampjes heen te sturen, de bloedvaten te verwijden en antistoffen aan te maken. De hiermee gepaardgaande temperatuurverhoging of koorts, heeft tot doel de verbranding in de cel te verhogen waardoor afvalstoffen sneller worden omgezet. Koorts is dus een uiting van grote vitale kracht die niet onderdrukt maar ondersteund dient te worden. Verkoudheden en griep zijn niet alleen aan plotse afkoeling of bacteriële/virale besmetting te wijten, maar óók aan de slechte toestand waarin zich de weefsels en lichaamsvochten lees meer over Het proces van ontgifting




