We eten te zuur: over het zuur-base evenwicht
We eten te zuur: over het zuur-base evenwicht
We eten te zuur. Althans te veel zuurvormende voeding. Bij het samenstellen van het voedselpakket is het van belang dat wij ons niet alleen bekommeren om de hoeveelheid noodzakelijke voedingsstoffen. Er is nog iets om rekening mee te houden: het zuur-base-evenwicht. Dat klinkt ingewikkelder dan het is, maar u hoeft geen scheikundige te zijn om het te begrijpen. Na de vertering van voedingsmiddelen en de stofwisseling in het lichaam blijft er een zure of een basische rest over (basisch is het tegenovergestelde van zuur en wordt ook wel alkalisch genoemd). Groenten en fruit zorgen bvb voor een basische rest. Het lichaam heeft van nature een licht basenoverschot en probeert dat constant te houden. Dat doet het op verschillende manieren. Zo wordt een overschot aan zuren zoveel mogelijk uitgescheiden door de nieren. Ook de longen kunnen hierbij een belangrijke bijdrage leveren. Neemt de zuurvorming in het lichaam enorm toe, dan kan het hierboven genoemde zuurcompenserende mechanisme het niet meer aan.
Wanneer het organisme te niet veel zuren kan afvoeren via de nieren, de longen en de huid, stoot het bloed het teveel aan zuren af naar de weefsels als de spieren, pezen, onderhuids bindweefsel en de gewrichten. En dat kan aanleiding vormen tot de meest uiteenlopende klachten. Variërend van vermoeidheid, huidproblemen, hoofdpijn tot reumatische klachten. Volgens de zuur-base onderzoeken is er bij verreweg de meeste chronische welvaartsziekten sprake van weefselverzuring. Een volledige genezing of tenminste verbetering van degelijke kwalen wordt mede bereikt door een eind te maken aan de zuurbelasting en het evenwicht in de zuur-base-huishouding weer te herstellen. Sinds de onderzoekingen van Ragnar Berg en anderen aan het begin van de vorige eeuw heeft men geprobeerd een onderscheid te maken tussen zuur en basisch werkende voedingsmiddelen. Voedingsmiddelen met een hoge zuurrest bevatten relatief veel fosfor, chloor en zwavel. Voedingsmiddelen met een hoge baserest bevatten relatief veel van de volgende mineralen: natrium, kalium, calcium, en magnesium. De verbindingen die deze mineralen gedurende de stofwisseling (metabolisme) in het lichaam aangaan zijn uiteindelijk bepalend voor het zuur-base-evenwicht. Of een voedingsmiddel een zuren- dan wel basenoverschot levert, wordt bepaald door de chemische samenstelling en niet door de smaak. Zo leveren zuursmakende vruchten, als citroenen en sinaasappels, na vertering en stofwisseling (metabolisme) toch een basenoverschot op. Ook is het niet zo dat ‘zure’ voedingsmiddelen per definitie ongezond zijn. Vis, granen en peulvruchten leveren een zuuroverschot, maar zijn waardevolle voedingsmiddelen. Waar het om gaat is dat het evenwicht in het lichaam niet te extreem wordt verstoord.
Van elk base-leverend voedingsmiddel, verandert de uitwerking zodra het slecht gekauwd en in grote hoeveelheden wordt gegeten. Dit geldt vooral voor gemakkelijk tot gisting overgaande voedingsmiddelen als grof gesneden rauwkost, fruit, compote en vruchtensappen. Bij een hoge inname van genoemde voedingsmiddelen kan de darm tot gisting overgaan en zo extra veel zuren leveren. Er bestaan verschillende tabellen met per product een getal ten aanzien van het zuur-base-evenwicht. Deze spreken mekaar dikwijls tegen. Dit is ook te verwachten, want het is onmogelijk om met exacte waarden te werken. lees meer over We eten te zuur: over het zuur-base evenwicht




