Kinderziekten, het volledige verhaal!
Algemeen
Bijna ieder kind heeft wel eens vlekjes of blaasjes op de huid. Vaak betreft het één van de
'bekende' kinderziekten. Deze ziekten zijn meestal het gevolg van een besmetting met een virus of bacterie.
Virale kinderziekten: bof, mazelen, rode hond, vijfde ziekte, waterpokken en zesde ziekte.
Bacteriële kinderziekten: kinkhoest, hersenvliesontsteking en roodvonk. Veel ziekten komen voortdurend voor onder de bevolking en zijn zo besmettelijk dat kinderen bij een eerste contact de ziekte krijgen. Daarom worden ze kinderziekten genoemd. Het lichaam vormt bij het eerste contact antistoffen waardoor een tweede keer ziek worden zelden of nooit voorkomt. De tijd tussen het binnendringen van de ziektekiemen en de eerste ziekteverschijnselen noemen we de incubatietijd. Infecties met bacteriën kunnen doorgaans bestreden worden met medicijnen. Tegen virussen bestaan geen geneesmiddelen, maar het is mogelijk de natuurlijke afweer tegen een virus een handje te helpen door een inenting.
Inentingen
Wat is inenten
Wie een kinderziekte heeft doorgemaakt, heeft tijdens deze periode afweerstoffen geproduceerd die altijd in het bloed blijven. Hierdoor is hij of zij niet meer vatbaar (immuun) voor zo'n ziekte. Bij een inenting (vaccinatie) wordt het lichaam 'besmet' met ziektekiemen, die dood of verzwakt zijn. Die ziektekiemen kunnen de mens niet ziek maken, maar zorgen wel dat het lichaam afweerstoffen maakt. Daardoor wordt een kind immuun en is het niet meer vatbaar voor de betreffende ziekte. Om voldoende afweer op te bouwen is soms meer dan één inenting nodig.
Waarom inenten
Kinderen zijn het meest vatbaar voor virale of bacteriële ziekten. Om bepaalde ziekten te voorkomen worden kinderen op jonge leeftijd ingeënt. Ook als het kind een van de ziekten al heeft doorgemaakt is inenten zinvol, omdat dat een
grotere weerstand tegen deze ziekten geeft. Het kan dus geen kwaad als kinderen die de mazelen gehad hebben, via een BMR-prik nog een keer met mazelen in contact komen.
Inentingsprogramma
In Nederland kunnen alle kinderen kosteloos ingeënt worden volgens een vastgesteld inentingsprogramma (het Rijks Vaccinatie Programma). Alle ouders ontvangen automatisch bericht over deze inentingen en tijdstippen waarop deze moeten plaatsvinden. Het inentingsprogramma bevat inentingen tegen DKTP (Difterie, Kinkhoest, Tetanus, Polio), BMR (Bof, Mazelen, Rode Hond) en HIB (een bepaalde vorm van hersenvliesontsteking) en meningokokkenziekten C. De DTP-prik mist de Kinkhoest uit de DKTP. In sommige gevallen is het raadzaam om een inenting uit te stellen of helemaal niet te geven. Als een kind koorts heeft boven de 38 graden, als het kind ziek is of als de behandelend arts/specialist bezwaren heeft tegen de inenting dan kan de inenting uitgesteld worden tot een later tijdstip. Dit geldt voor zowel de DKTP- als de BMR-inenting. Als een kind stoornissen heeft in het afweersysteem (bijvoorbeeld bij leukemie) of geneesmiddelen gebruikt die invloed uitoefenen op de afweer, mag geen BMR-inenting plaatsvinden. Neem bij twijfel contact op met een arts of specialist. Als uw kind overgevoelig is voor kippeneiwit, dan dient u dit te melden bij het inenten. Na het inenten moet uw kind dan nog een half uurtje blijven om te kijken of er een reactie optreedt.
Bijwerkingen
Een inenting tegen
kinkhoest biedt niet meer dan 90% bescherming en kan soms een stuip veroorzaken. Na inenting met DTP of BMR treden nauwelijks bijwerkingen op. Er kan hooguit een korte tijd een pijnlijk gevoel zijn op de plaats van de inenting en de arm kan wat stijf worden. Na een
DTP-inenting wordt de arm wat rood en gezwollen en er kan tot twee dagen na de inenting koorts optreden. Na toediening van de
BMR-prik kan er een branderig, stekend gevoel zijn op de plaats van inenting. Een enkele keer komen vijf tot twaalf dagen na de inenting koorts en huiduitslag voor. Op rode, gezwollen inentingsplaatsen kan een koud, nat washandje verlichting bieden. Indien er koorts boven de 40 graden optreedt, is het belangrijk om uw kind voldoende te laten drinken en de huisarts te waarschuwen. Wanneer zich andere ongebruikelijke verschijnselen voordoen na een inenting dient u de huisarts te raadplegen en eventueel uw ervaringen te melden aan de plaatselijke GGD.
Algemene adviezen
Als gevolg van het inentingsprogramma komen sommige kinderziekten nog maar zelden voor. Toch is het belangrijk om het ziektebeeld dat ze veroorzaken te kennen, want ook 'onschuldige' kinderziekten kunnen
vervelende complicaties hebben.
- Als uw kind zich erg ziek voelt, kan het in bed blijven anders is binnen houden voldoende.
- Ondanks de vlekjes mag uw kind gewoon onder de douche of in bad. Bij waterpokken mag het bad niet gedeeld worden met andere kinderen.
- Het is maar zelden nodig de koorts te onderdrukken. Wel is voldoende vochtinname belangrijk.
- Vertel bezoek van tevoren dat uw kind een besmettelijke ziekte heeft, zeker bij roodvonk.
- Als bij een pasgeborene of baby jonger dan twee maanden koorts optreedt, dient u een arts te raadplegen. Dat geldt ook bij aanhoudende koorts bij oudere kinderen, bij twijfel over de aard van de ziekte en wanneer de ziekte heviger verloopt dan verwacht.
De bof
De
bof (Parotitis epidemica) wordt veroorzaakt door het bofvirus en komt met name voor bij kinderen tussen zes en tien jaar. Incubatietijd: Twee tot drie weken.
Verschijnselen
Het kind heeft geen eetlust, pijn bij het kauwen (lijkend op oorpijn), hoofdpijn, buikpijn en heeft lichte koorts. Na één tot twee dagen treedt aan één of aan beide kanten van de oorspeekselklier een zwelling op. De zwelling zit onder en net voor het oor en breidt zich uit naar de hals. In sommige gevallen kunnen de speekselklieren onder de tong en onderkaak ook opzwellen. Opletten als enkele dagen na het begin van de ziekte weer koorts optreedt of als het kind gaat braken.
Besmettelijkheid
Matig besmettelijk vanaf zes dagen vóór tot negen dagen na het begin van de zwelling.
Verzorging
Houd het kind
binnen tot de zwelling verdwenen is. Geef het kind voldoende te drinken (zonder koolzuur) en zacht, niet zuur eten. Sabbelen op een ijsblokje of een waterijsje kunnen de pijn verlichten. Een ouder kind kunt u ook kauwgom geven.
Complicaties
Bij jongens na het begin van de puberteit en bij volwassenen kan een zaadbalontsteking optreden. Ook een hersenvliesontsteking kan als complicatie optreden.
Huisarts raadplegen
Indien de koorts langer dan drie dagen aanhoudt, als het kind hoofdpijn of een pijnlijke stijve nek krijgt, bij veel braken en als het kind een zieke indruk maakt.
Kinkhoest
Kinkhoest (Pertussis) wordt veroorzaakt door een bacterie. Incubatietijd: Eén tot drie weken.
Verschijnselen
De verschijnselen kunnen we indelen in twee stadia. In het eerste stadium zijn een loopneus, hoesten en een lichte temperatuurverhoging de belangrijkste verschijnselen. De klachten worden nog niet herkend als kinkhoest maar de patiënt is wel besmettelijk. Dit stadium heet officieel het catarrale stadium. Een tot twee weken na het eerste stadium treden met name 's avonds hoestaanvallen op. De
hoestaanvallen gaan gepaard met hevige benauwdheid, gierende ademhaling en soms braken. De aanvallen treden op met korte tussenpozen, totdat ze eindigen in het moeizaam ophoesten van taai wit slijm uit mond en neus. In dit stadium, officieel het convulsieve stadium genoemd, kunnen ook nevenverschijnselen als een neusbloeding en bloedingen in het bindvlies van het oog (door persen tijdens hoestaanvallen) optreden. Het kind voelt zich tussen de aanvallen door niet ziek. De klachten kunnen vijf tot zes weken aanhouden, het kind kan echter nog langer een kinkhoestachtige hoest houden.
Besmettelijkheid
Vanaf de eerste verkoudheidsverschijnselen tot drie weken na het begin van de hoestaanvallen. De besmetting vindt plaats door de lucht via besmette druppeltjes (niezen en hoesten).
Verzorging
Het is belangrijk dat ouders niet in paniek raken tijdens een hoestaanval van het kind. Probeer het kind gerust te stellen. Hoestdrankjes helpen in dit geval niet.
Complicaties
Een
longontsteking kan als complicatie optreden. Zuigelingen kunnen een hersenbeschadiging oplopen ten gevolge van een zuurstoftekort bij langdurige hoestbuien (verschijnselen: sufheid, slecht drinken, ademstilstand, stuiptrekkingen).
Huisarts raadplegen
Voor het behandelen van een eventueel bijkomende luchtweginfectie.
Mazelen
Mazelen (Morbilli) is een zeer besmettelijke virusziekte die zich
lees verder