Gehoorproblemen
Gehoorproblemen
Gehoorproblemen kunnen zich op veel verschillende manieren voordoen. Daarom gaan wij hier eerst even in op de werking van ons gehoor. Verder volgt er meer uitleg over slecht horen en doofheid.
Horen
Laten wij eerst even stilstaan bij hoe het gehoor werkt. Geluid ontstaat wanneer een geluidsbron (radio, gesprekspartner, enz.) de luchtdruk in de omgeving verstoort. De lucht begint dan als het ware te trillen. Het zijn die trillingen die zich door de lucht voortplanten naar het oor van de luisteraar. De geluidsgolven gaan door de gehoorgang en raken het trommelvlies . Dit zorgt ervoor dat het trommelvlies en de drie gehoorbeentjes in het middenoor gaan trillen. Deze trillingen brengen de vloeistof in het slakkenhuis - of cochlea - in beweging en zorgen voor een elektrische reactie in de duizenden kleine zenuwcellen, haarcellen genaamd. Deze reactie wordt via de gehoorzenuw naar de hersenen geleid, die de geluiden interpreteren. Zo weten wij bvb dat het de wekker is die afloopt en dat het tijd is om op te staan. De voornaamste kenmerken van geluid zijn de frequentie (of toonhoogte, uitgedrukt in Hertz) en de intensiteit (of luidheid, uitgedrukt in decibel). Hoe hoger de toon die wij horen, hoe hoger de frequentie. Onder normale omstandigheden kan een menselijk oor geluiden waarnemen tussen de 20 en 20000 Hertz. De spraakklanken situeren zich tussen de 100 en de 8000 Hertz (voornamelijk tussen de 500 Hertz en 2000 Hz). De sterkte van het geluid wordt bepaald door de druk die de geluidstrillingen uitoefenen op de oppervlakten waarmee ze contact hebben. Ter illustratie enkele geluidssterkten:
- 30 decibel fluisteren
- 55 decibel gewoon gesprek
- 80 à 90 decibel draaiende auto op één meter afstand
- 120 decibel proefdraaiend vliegtuig
- 130 à 140 decibel pijngrens
Slechthorendheid en doofheid
Slechthorendheid en doofheid zijn onzichtbare handicaps, die dikwijls pas in – niet vanzelfsprekende - communicatie opvallen. Misverstanden komen echter meestal voort uit onbekendheid. Niet alle slechthorende en dove mensen horen en communiceren op dezelfde manier. Dat zorgt voor nogal wat verwarring. We kunnen niet spreken over dé slechthorende of dé dove. Elke persoon beleeft zijn probleem met het gehoor op een andere manier. Toch zijn enkele indelingen mogelijk: Al naargelang de mate van gehoorverlies (in dB) is iemand slechthorend dan wel doof. We onderscheiden:
- normaal horend tot licht slechthorend: een verlies tussen 0 en 30 dB.
Een heel zacht gesprek of een gesprek op grote afstand kunnen problemen geven. - licht tot matig slechthorend: een verlies tussen 30 en 50 dB.
Een licht uitspraakprobleem is mogelijk. Wanneer de afstand tussen alle twee gesprekspartners groter is dan één meter of één van de gesprekspartners spreekt stil, is het voor de slechthorende moeilijk om te volgen. - ernstig slechthorend: een verlies tussen 50 en 70 dB.
Waarschijnlijk is er een spraakprobleem en is er een achterstand in de ontwikkeling van de taal. Alleen luide stemmen worden verstaan. Groepsgesprekken zijn heel moeilijk te volgen. - zwaar slechthorend: een verlies tussen 70 en 90 dB.
De uitspraak en het begrijpen van taal zijn problematisch. Luide stemmen op ongeveer 30 cm van het oor worden gehoord, maar niet onontbeerlijk ook verstaan. Geluiden uit de omgeving kunnen nog herkend worden. - doof: een verlies tussen 90 en 120 dB.
Geluiden zijn alleen nog waarneembaar onder de vorm van vibraties of trillingen. Ook hier verlopen de ontwikkeling van de gesproken taal en de uitspraak heel moeilijk.
Al naargelang de aard van het verlies betekent ‘slecht' horen niet alleen ‘minder hard' horen. Naast een verzwakking van geluiden is het ook mogelijk dat het geluid wordt vervormd (zodat het nog moeilijk herkenbaar is) of dat de persoon overgevoelig is voor bepaalde geluiden (zoals achtergrondlawaai of harde geluiden). Andere indelingen van doofheid en slecht horen houden rekening met het tijdstip waarop de gehoorproblemen ontstaan en met het onderscheid in het gebruik van communicatievorm.
Doof geborenen en mensen die doof zijn geworden vóór de taalontwikkeling (vroegdoven) leren de gesproken taal niet spontaan. Niet alle doven zijn doof geboren of geworden vóór de taalontwikkeling op gang kwam. Er is ook een groep die pas op latere leeftijd, na de taalverwerving, doof is geworden (laatdoven). Wat de communicatie betreft onderscheiden wij aan de ene kant oraal opgevoede mensen die slecht horen en doven, en aan de andere kant doven die gebruik maken van de gebarentaal. Oraal opgevoede mensen die slecht horen en doven communiceren op basis van hun restgehoor in het gesproken Nederlands, met ondersteuning van spraakafzien (liplezen) en geluidsversterkende hulpmiddelen (hoorapparaten, enz.). Andere doven hebben de gebarentaal als moedertaal. Net als het Nederlands, Frans of Duits zijn gebarentalen volwaardige talen. Waar je voor het Nederlands echter gebruik maakt van je stem en je gehoor om de taal te spreken en op te vangen, zijn het in gebarentalen je handen en je lichaam die spreken en je ogen die horen. Gebarentaal is niet universeel. Elk land heeft een eigen variant. Ook de Vlaamse gebarentaal kent regionale verschillen, te vergelijken met de gesproken dialecten.
Soorten gehoorverlies en oorzaken
Slechthorendheid kan verschillende oorzaken hebben. Zo kunnen wij door lawaai slechthorend worden of bvb van bepaalde medicijnen. Bij de meeste mensen gaat het gehoorvermogen met het toenemen van de jaren langzaamaan aan achteruit. slecht horen kan zich echter ook op jongere leeftijd manifesteren en zelfs bij volledige jonge kinderen of bij pasgeborenen. Bij slecht horen kan ook erfelijkheid een rol spelen. Meestal ontstaat slecht horen geleidelijk aan, waardoor de persoon in kwestie er zelf in het begin maar niet veel van merkt. Doordat de minder harde geluiden in de omgeving langzaamaan aan minder hard en minder hard worden, valt het verminderen ervan niet of nauwelijks op. Totdat ook de minder harde medeklinkers, als de m, b, n, m , niet meer goed te horen zijn. Vaak zijn het dan gezinsleden of collega's die het het eerste in de gaten hebben. Steeds meer moeten ze herhalen wat ze zojuist hebben gezegd of zij storen zich aan de tv of radio die telkens een stapje harder wordt gezet. Op het moment dat de slechthorende zelf tot het besef komt dat hij lees meer over Gehoorproblemen



