Broddelen
Broddelen heeft met stotteren de spraakonvloeiendheden gemeen. Alleen zijn die bij broddelen niet per se het meest opvallende of belangrijkste kenmerk. Broddelen gaat dikwijlsook gepaard met een snelle, nogal slappe, onduidelijke manier van articuleren, het inslikken van stukken van woorden, het verhaspelen van zinnen, e.d. Een dergelijke manier van spreken komt de spraakverstaanbaarheid natuurlijk niet ten goede. De hinder bestaat voor de spreker dan ook veeleer uit het feit dat hij/zij dikwijlsniet goed begrepen wordt, opmerkingen krijgt of zaken moet herhalen… Broddelen kan voorkomen in verschillende gradaties (verschillen in ernst). Sommige mensen hebben lichte kenmerken van broddelen waar ze zelf nauwelijks hinder van hebben. Of waar ze zich zelf niet bewust van zijn. Wanneer die broddelkenmerken hun verstaanbaarheid toch negatief beïnvloeden, gebeurt het wel eens dat het vooral de omgeving is, die de persoon in kwestie attent maakt op de onduidelijke manier van praten (denk aan ouders, leerkracht, werkgever, collega's…).
Bij mensen met een ernstiger broddelprobleem, blijft het broddelen meestal niet beperkt tot een snelle, slordige manier van articuleren. Zij (of hun omgeving) signaleren dikwijlsook moeite met het structureren van een verhaal, het helder en kernachtig overbrengen van informatie, het juist vormen van zinnen of correct verbuigen of vervoegen van woorden. Sommigen hebben het vervelend met beurtwisselen in een gesprek, met oogcontact, enz. Meldt iemand met een broddelprobleem zich bij de logopedist aan, dan zal deze (samen met de cliënt) zorgvuldig trachten in te schatten welke aspecten van spraak en taal problematisch verlopen, en welke elementen het sterkste bijdragen tot de slechte spraakverstaanbaarheid.



