Stotteren
Er bestaan vele definities van stotteren. Zij leggen alle verschillende klemtonen, al naargelang de invalshoek van waaruit de onderzoeker kijkt naar het stotteren. De rode draad doorheen die verschillende omschrijvingen loopt ongeveer als volgt. Men zou stotteren eenvoudig kunnen omschrijven als een ongewilde verstoring in de vloeiende opeenvolging van de spraakklanken. De spreker (kind of volwassene) maakt daarbij onvrijwillige klank- of lettergreepherhalingen, verlengt klanken of komt vast te zitten (‘blokkeert') op klanken. Zo'n stottermomenten doen zich het vaakst voor aan het begin van zinnen en op beginklanken van woorden.
Stotteren begint vrijwel altijd op jonge leeftijd; ongeveer steeds voor de leeftijd van 9 jaar. De piekleeftijd waarop het bij de meeste kinderen tevoorschijn komt ligt rond 3 à 4 jaar. Het is geen normale fase in de spraak- en taalontwikkeling die elk kind doormaakt. Er is doorgaans een vrij duidelijk onderscheid tussen normale onvloeiendheden en stottermomenten. Begint het stotteren te evolueren, dan blijven de moeilijkheden niet beperkt tot deze stottermomenten zelf. Er kunnen zich emotionele reacties (spreekvrees, irritatie…) en verschillende subtiele of meer opvallende bijbewegingen ontwikkelen. Kinderen hebben immers doorgaans snel in de gaten dat er soms wat fout loopt met hun spreken. Ze bouwen er ideeën over op en trachten er op in te grijpen. Het is dikwijlsop dát moment dat men terecht kan spreken van een zich ontwikkelend stotterprobleem. Hulp is dan – maar beter al vroeger – aangewezen. Bij sommige kinderen of volwassenen die stotteren ontwikkelen zich een aantal subtiele of opvallende bijbewegingen of bijgeluiden. Sommige personen die stotteren nemen bvb ademhapjes of duwen net de adem uit voor ze beginnen praten. Anderen gebruiken tussenvoegsels, vaste stopwoordjes, kleine klankjes of kleine oogknipjes, tikken met de hand of maken hoofdbewegingen. Het gamma aan voorbeelden is eigenlijk onbeperkt.
Deze bijkomende gedragingen worden wel eens geassocieerde gedragingen of secundaire reacties genoemd. Ze wijzen erop dat de spreker het onvloeiend spreken behoorlijk onprettig begint te vinden en pogingen doet om het de baas te worden. Dit hoeft overigens niet altijd even bewust te gebeuren. Het kan gebeuren dat men als het ware ‘ontdekt' dat men zulke reacties vertoont, maar ook ondervindt dat ze niet zomaar weg te laten zijn. De oorzaken van deze bijbewegingen of secundaire reacties zijn eigenlijk niet zo ingewikkeld. In feite ontstaan die zogenaamde secundaire stotterverschijnselen vrij toevallig en zijn lees verder



