Alles wat je moet weten over cholesterol!
Inleiding
Meer dan 50 procent van de Nederlandse bevolking heeft een te hoog cholesterol- of vetgehalte in het bloed. Onze ongezonde levenswijze en onze voedingsgewoonten zijn in veel gevallen de oorzaak. Ook erfelijke factoren en bepaalde ziekten kunnen een rol spelen.Een verhoogd cholesterolgehalte kan hart- en vaatziekten en andere ziekten veroorzaken.
Wat is cholesterol?
Cholesterol is een vetachtige stof die onmisbaar is voor het goed werken van het lichaam. Cholesterol wordt bvb gebruikt als bouwstof voor de cellen en voor het maken van andere stoffen, als hormonen en galzuren. In ongeveer alles wat wij eten aan dierlijk, maar ook aan plantaardig materiaal, is cholesterol aanwezig. Maar onze voeding is niet de voornaamste leverancier van cholesterol. Het overgrote deel van het cholesterol wordt door ons lichaam zelf (in de lever) gemaakt. Een hoog cholesterolgehalte komt niet alleen maar voor bij mensen die te dik zijn of die te vet eten. Soms kan een erfelijke stoornis de oorzaak zijn van verhoogde cholesterol. Dit heeft dan niets te maken met de levenswijze van een persoon. Er zijn verschillende vormen van erfelijk stoornissen als familiaire hypercholesterolemie (FH) en familiair defectief apolipoproteïne. Andere ziekten als een te traag werkende schildklier, suikerziekte en sommige nier- en leverziekten kunnen het cholesterolgehalte eveneens verhogen. Tenslotte zijn er ook verschillende geneesmiddelen, als bloeddrukverlagende middelen en plastabletten, die het cholesterolgehalte kunnen verhogen. Als u wilt weten of dat ook voor uw medicijnen (medicatie) geldt dan kunt u altijd uw Kring-apotheek om advies vragen.Cholesterol in ons lichaam
Cholesterol is een vetachtige stof die niet in water oplosbaar is. Bij de opname van vetachtige stoffen in het lichaam speelt de lever een belangrijke rol. Door de lever geproduceerde galachtige stoffen bewerken de vetten zodanig dat ze door de darmwand kunnen worden opgenomen. Via het bloed worden ze dan door het lichaam heen verspreid. Onder normale omstandigheden is er een evenwicht tussen de hoeveelheid vet en cholesterol die door de lever wordt opgenomen en afgegeven. De lever kan dit evenwicht zelf regelen. Dit evenwicht blijkt zeer gevoelig te zijn voor de (verzadigde) vetten in de voeding. Ook kan het evenwicht worden verstoord wanneer iemand aan een bepaalde ziekte, als suikerziekte lijdt.Cholesterol in onze voeding
We kunnen drie hoofdtypen vetverbindingen onderscheiden: triglyceriden, sterolen en fosfolipiden. Het meeste van wat wij vet noemen, bvb een randje vet aan een stukje vlees, valt in de groep die wordt aangeduid met de chemische naam triglyceriden. In deze groep onderscheiden wij verzadigde vetzuren (bijvoorbeeld in spek en boter), enkelvoudig onverzadigde vetzuren (bijvoorbeeld in olijfolie) en meervoudig onverzadigde vetzuren (bijvoorbeeld linolzuur en meervoudige onverzadigde vetzuren in vis als zalm en haring). In de groep sterolen is cholesterol de voornaamste vertegenwoordiger. Sterolen komen onder andere voor in eidooiers. Fosfolipiden zijn vetachtige stoffen als lecithine. Ze zijn van belang voor de hersenen en zenuwen.De verzadigde vetten in onze voeding hebben een cholesterolverhogend effect. De onverzadigde vetten verlagen het cholesterolgehalte van het bloed. Men dient te streven naar een evenredige verdeling van verzadigde en enkelvoudig en meervoudig onverzadigde vetzuren. Dit kan men bereiken via een dieet.
Gevolgen van een verhoogd cholesterolgehalte
Tijdens het transport wordt cholesterol in het bloed gebonden aan verschillende eiwitten als LDL (lage dichtheids lipoproteïne) en HDL (hoge dichtheid lipoproteïne). Beide eiwitten hebben een verschillende functie. HDL is het 'goede' cholesterol; het neemt cholesterol op uit de vaatwand en vervoert dit naar de lever. Het LDL is 'slechte' cholesterol omdat het cholesterol kan laten ophopen in de vaatwand. Deze ophoping kan in combinatie met de reactie van het lichaam leiden tot vernauwing of zelfs tot verstopping van de bloedvaten. Vernauwing van de bloedvaten heeft tot gevolg dat er een tekort aan zuurstof bij organen kan optreden, waardoor hart- en vaatziekten kunnen ontstaan. Doordat cholesterol een witte stof is, werd dit proces van vaatvervetting (of aetherosclerose) vroeger aderverkalking genoemd.Het cholesterolgehalte van het bloed kan op verschillende manieren worden gemeten. Daarbij is van zeer groot belang dat de verhouding tussen LDL en HDL gemeten wordt. Alléén een waarde van het totaal cholesterol geeft te niet veel informatie om daar conclusies aan te verbinden. Verder is het van belang dat een cholesterolmeting minstens 2x nuchter en 1x gewoon gemeten wordt, alvorens iets over de algemene cholesterolwaarde van het bloed gezegd kan worden.
Risicofactoren en leefgewoonten
Er zijn verschillende risicofactoren die in combinatie met een verhoogd cholesterolgehalte het risico op hart- en vaatziekten vergroten. De risicofactoren werken mekaar in de hand. Iemand die een verhoogd cholesterolgehalte heeft, en daarbij nog aan een aantal andere risiciofactoren is blootgesteld, heeft reeds snel een tien keer zo grote mogelijkheid om hart- en vaatziekten op te lopen. Sommige belangrijke risicofactoren zijn vermijdbaar, andere zijn moeilijker ote vermijden.Roken vermindert de bescherming tegen het afzetten van cholesterol aan de vaatwand en kan daardoor het dichtslibben van de vaten versnellen. Een verhoogde bloeddruk beschadigt de bloedvaten en verhoogt daardoor de mogelijkheid op dichtslibben van bloedvaten. Langdurige stress kan indirect bijdragen tot het krijgen van hart- en vaatziekten. Vaak is het voor een deel te wijten aan de levenswijze die stress met zich meebrengt: lees meer over Alles wat je moet weten over cholesterol!




