Astma en COPD, waarvan komen ze?
Astma en COPD hebben aantal gemeenschappelijke kenmerken
Astma en COPD (Chronic Obstructive Pulmonary Disease) zijn obstructieve longziekten die zich kenmerken door klachten van kortademigheid, piepen op de borst, hoesten en/of opgeven van sputum. COPD omvat chronische bronchitis en emfyseem. Vóór 1991 werd voor astma en COPD de gemeenschappelijke term CARA gebruikt, Chronische Aspecifieke Respiratoire Aandoeningen. De reden daarvoor was dat de aandoeningen sterke overlap vertonen voor wat betreft symptomen, ontstaan en beloop. Tegenwoordig wordt op grond van nieuwere inzichten meer nadruk gelegd op de pathofysiologie van de luchtwegobstructie gedurende uitademing, wat resulteert in het onderscheiden van astma en COPD.
Klachten bij astma, chronische bronchitis en emfyseem vertonen overlap
Astma en COPD worden gekenmerkt door het optreden van klachten over kortademigheid, piepen op de borst, hoesten en/of opgeven van sputum. Deze klachten zijn een gevolg van de belemmering in de doorgankelijkheid van de luchtweg (luchtwegobstructie). Bij astma treden de perioden van kortademigheid aanvalsgewijs op. Ze worden afgewisseld met klachtenvrije perioden. Hoesten en het opgeven van sputum staan bij astma, afgezien van de vroege kinderleeftijd, veelal op de achtergrond. Bij chronische bronchitis zijn chronisch hoesten en het opgeven van sputum kenmerkend. Kortademigheidsklachten staan op de achtergrond, maar kunnen op oudere leeftijd geleidelijk aan toenemen. Emfyseem gaat gepaard met verlies aan longweefsel. Het leidt meestal bij mensen die ouder zijn dan vijftig jaar tot klachten van kortademigheid bij inspanning. Aanvalsgewijze kortademigheid, hoesten en opgeven van sputum staan meer op de achtergrond. In oudere leeftijdsgroepen komen bij astma en COPD meer klachten voor. Bij de zeer ouden is ongeveer niemand meer klachtenvrij.
Aanvallen door allergische reacties of aspecifieke hyperreactiviteit
De aanvallen van kortademigheid en hoesten bij astma en COPD zijn het gevolg van een allergische reactie en/of een aspecifieke hyperreactiviteit. Bij een allergie bestaat een gevoeligheid van de luchtwegen voor exogene prikkels, als huisstof, haren en veren, schimmels en graspollen (allergenen). Het immuunsysteem van personen met een allergie-neiging kan op deze stoffen te veel reageren. Bij een aspecifieke hyperreactiviteit bestaat een gevoeligheid van de luchtwegen voor verschillende (niet-allergene) prikkelende stoffen en/of fysische prikkels die de luchtwegen binnendringen als koude lucht, mist, rook, baklucht en parfum. Bij een patiënt met astma of COPD kunnen alle twee vormen van gevoeligheid present zijn. Bij COPD is dat echter meestal de aspecifieke hyperreactiviteit, bij astma dikwijls zowel de allergische als aspecifieke hyperreactiviteit.




