Infecties van de onderste luchtwegen
Drie groepen infecties onderscheiden
Infecties van de onderste luchtwegen kunnen in drie groepen worden onderverdeeld:
- Longontsteking (pneumonie): een infectie van de onderste luchtwegen (longblaasjes). Bijna altijd is infectie de oorzaak. De infectie is dikwijls in de hogere luchtwegen begonnen. Soms ontstaat longontsteking doordat braaksel of voedingsmiddelen in de longen komt (aspiratie-pneumonie). In enkele gevallen is er een chemische of fysische oorzaak, bvb inademing van giftige stoffen of blootstelling aan extreme hitte.
- Acute bronchitis: een acute infectie van de centrale luchtwegen (trachea en bronchi).
- Acute bronchiolitis: een acute infectie van de lagere luchtwegen (bronchiolen, fijne vertakkingen van de luchtpijp).
Longontsteking
Bij longontsteking treedt (een wisselende mate van) koorts, benauwdheid en hoest op. In het typische geval zijn er ook koude rillingen, de patiënt hoest slijm op en ademen doet pijn. Vaak zijn er aspecifieke klachten als malaise, spier- en hoofdpijn. Bij atypische pneumonie is sprake van een longontsteking zonder de klinische symptomen. Aspecifieke klachten overschaduwen dan de klachten die samenhangen met de luchtwegen. De eigenschappen van de ziekteverwekker en de weerstand van de patiënt bepalen welke symptomen en afwijkingen zich manifesteren en op de voorgrond staan.
Acute bronchitis
Bij acute bronchitis domineren hoestklachten, reeds of niet met het opgeven van pussig slijm. De hoest houdt gemiddeld 2 weken aan. Bij rokers dikwijls langer en ernstiger. Het beloop is meestal ongecompliceerd en het herstel volledig. Recidieven komen vooral voor bij patiënten met astma of COPD, personen met allergie en rokers.
Acute bronchiolitis
Acute bronchiolitis kan worden beschouwd als een complicatie van een aanvankelijk mild verlopende acute infectie van de bovenste luchtwegen. Bij een klein percentage van infecties van de bovenste luchtwegen ontstaat binnen enkele dagen een infectie van de lagere luchtwegen (acute bronchiolitis). Klachten die op de voorgrond staan zijn een piepende ademhaling en benauwdheid. Zelden is er hoge koorts. De benauwdheid is dikwijls zeer beangstigend voor de patiënt (meestal een kind) en de omgeving. Beademing is slechts incidenteel nodig. Jaarlijks worden ongeveer 100 - 150 kinderen opgenomen op de intensive care om kunstmatig te worden beademd. Vooral bij zeer jonge kinderen treedt door de hoge ademhalingsfrequentie en koorts te veel vochtverlies op, en wordt besloten tot klinische behandeling en observatie. Behalve ondersteunende maatregelen bestaat er geen effectieve therapie voor bronchiolitis. Herstel treedt meestal na 1-2 weken op.



