Slechthorendheid bij ouderen
Wat is ouderdomsslechthorendheid?
Van ouderdomsslechthorendheid is sprake als bij een ouder iemand in beide oren een gelijk gehoorverlies wordt geconstateerd dat voor de lage tonen betrekkelijk klein is en toeneemt naar de hogere tonen en waarvoor geen andere oorzaak is aan te geven dan veroudering. De eerste verschijnselen openbaren zich al rond het dertigste levensjaar. De onderliggende oorzaak is een verminderde zuurstofvoorziening van de haarcellen in de cochlea (slakkenhuis) in combinatie met een hoge blootstelling aan geluid in de dagelijkse situatie. Dat zuurstof niet zo veel goed bij de haarcellen komt, heeft te maken met een verminderde doorbloeding (afsterven van kleine bloedvaatjes) en een verdikking van de bloedvatwanden. Behalve veroudering, hebben de volgende factoren een negatieve invloed op de zuurstofvoorziening:
- gebruik ototoxische middelen (middelen die giftig zijn voor de weefselstructuren van het gehoororgaan, zoals het slakkehuis);
- familiaire aanleg;
- diabetes mellitus of de gevolgen daarvan;
- stress;
- hoge vetinname (met als gevolg atherosclerose).
Niet al het gehoorverlies bij ouderen is ouderdomsslechthorendheid
Alle genoemde factoren kunnen een irreversibele bijdrage leveren. Zo zal een op jonge leeftijd opgelopen gehoorbeschadiging, bijvoorbeeld door lawaai of door gebruik van ototoxische middelen, door deze factoren verergeren. Overigens is niet alle slechthorendheid op oudere leeftijd ouderdomsslechthorendheid. Een kwalitatieve diagnose moet onderbouwd zijn met objectieve vaststelling van de gehoorscherpte waarna op grond van zogenaamde leeftijdslijnen kan worden vastgesteld of de diagnose presbyacusis gesteld mag worden. Leeftijdslijnen geven voor elke leeftijdsklasse aan wat voor een bepaalde leeftijd "Normaal" gehoorverlies is (Kapteyn & Olde Kater, 1993). Lawaaislechthorendheid impliceert een langdurige lawaaibelasting. Het is geassocieerd met een vrij scherp dipvormig verlies rond 3 kHz met een kleiner verlies bij 2 kHz en 8 kHz. Ouderdomsslechthorendheid verloopt geleidelijk van 2 kHz naar 8 kHz. Voor ouderdomsslechthorendheid is geen eenduidige oorzaak aan te geven (zie hierboven). Lawaaibelasting is één mogelijke oorzaak.
De symptomen van slechthorendheid
Slechthorenden kunnen meestal geen zachte geluiden horen. Daarnaast komt het voor dat een slechthorende een geluid wel kan horen, maar het niet goed kan onderscheiden (discriminatieverlies). Iemand hoort dan wel dat er iets gezegd wordt, maar verstaat niet wat. Verder hebben veel slechthorenden last van harde geluiden die voor een goed horende niet hinderlijk zijn. Ten slotte hebben ze dikwijlseen of andere vorm van oorsuizen en evenwichtsklachten. De laatste kunnen veroorzaakt worden door het niet goed functioneren van het evenwichtsorgaan dat met het binnenoorsysteem een fysiologisch geheel vormt. Vaak reageert een slechthorende trager op geluid. Dat wordt nogal eens ten onrechte uitgelegd als geestelijke aftakeling. Slechthorenden kunnen vooral in een rumoerige omgeving slecht verstaan wat er gezegd wordt. Heel dikwijlsis de eerste klacht over niet zo veel goed horen het niet meer goed kunnen verstaan in rumoerige situaties zoals verjaardagen en recepties.



