Diverse oogaandoeningen veroorzaken blindheid en slechtziendheid
In deze bijdrage staan vier oogaandoeningen centraal die een groot deel van de blindheid en slechtziendheid in de westerse wereld veroorzaken:
- Leeftijdsgebonden maculadegeneratie: een achteruitgang in bouw en functie van het centrale gedeelte van het netvlies (gele vlek of macula), die meestal op hoge leeftijd ontstaat. Er zijn twee vormen: atrofische maculadegeneratie en neovasculaire of exsudatieve maculdegeneratie. In het eerste geval is er geleidelijke degeneratie (afbraak) van de gele vlek. In het tweede geval ontstaan er direct onder de gele vlek vaatnieuwvormingen. Dit leidt tot lekkage van plasma en bloedingen, met daling van de gezichtsscherpte binnen enkele weken.
- Diabetische retinopathie (netvliesafwijkingen door diabetes mellitus): door afwijkingen aan zeer kleine bloedvaten (haarvaten) ontstaat schade aan het netvlies. Die leidt soms geleidelijk, soms snel tot blindheid of slechtziendheid. Er zijn globaal twee vormen van dergelijke netvliesafwijkingen: proliferatieve retinopathie die gepaard gaat met vaatwoekeringen (proliferaties) en exudatieve retinopathie die gepaard gaat met lekkage van eiwitten en vetten (exudaten) uit de bloedvaten. Retinopathie kan overigens ook voorkomen bij personen zonder diabetes mellitus.
- Glaucoom: deze aandoening wordt gekenmerkt door een verlies van zenuwvezels en aantasting van het gezichtsveld. In ongeveer 60% van de gevallen gaat het gepaard met een hoge oogboldruk. Er worden twee hoofdvormen onderscheiden: het geleidelijk verergerende glaucoom (chronische open-kamerhoekglaucoom ofwel glaucoma simplex) en het acute gesloten-kamerhoekglaucoom. Deze tweede vorm komt weinig voor en wordt hier verder niet besproken.
- Staar (cataract; verouderde naam: grijze staar): vertroebeling van de ooglens die ontstaat door verandering van de eiwitsamenstelling en watergehalte in de ooglens.
(overgenomen met schriftelijke toestemming van:www.rivm.nl)



