Multiple sclerose, langzaam voortschrijdend
Multiple sclerose: een langzaam voortschrijdende ziekte
Multiple sclerose is een chronische ziekte van hersenen en ruggenmerg. Bij multiple sclerose is er een verlies van myeline, de stof die in de vorm van de zogenoemde myelinescheden de zenuwbanen isolerend omhult. Het ziekteproces kan op verschillende plaatsen in het centrale zenuwstelsel optreden. Typerend voor multiple sclerose (MS) is de grote variatie van tijdelijke en blijvende uitvalsverschijnselen en beperkingen. In het begin gaan uitvalsverschijnselen en beperkingen dikwijlsweer voorbij. Naarmate de ziekte langer duurt, zijn ze echter blijvender.
Symptomen verschillen per fase
Bij de meeste patiënten begint de ziekte met een fase waarin de symptomen afwisselend optreden en verdwijnen: de zogenaamde relapsing-remitting fase. Gemiddeld komen tijdelijke verergeringen van klachten en verschijnselen (exacerbaties) drie keer per twee jaar voor. De uitvalsverschijnselen in de relapsing-remitting fase betreffen bijna altijd stoornissen van het gezichtsvermogen, het gevoel, de functie van de urineblaas en de coördinatie. Deze fase kan gevolgd worden door een fase met geleidelijke toename van neurologische handicap, terwijl exacerbaties zeldzamer worden: secundair progressieve MS. In de secundair progressieve fase treden vooral motorische uitvalsverschijnselen op. Niet bij iedere patiënt gaat relapsing-remitting MS over in secundair progressieve MS. Bij sommige patiënten treedt vanaf het begin geleidelijke progressie van neurologische handicap op, zonder dat daaraan een fase vooraf is gegaan met exacerbaties: primair progressieve MS.
Grote verschillen tussen patiënten
De ernst en de frequentie van de exacerbaties, de geleidelijke progressie van de handicap en de mate van invaliditeit in de latere fase, verschillen sterk van patiënt tot patiënt. MS kent zowel een kwaadaardig als een goedaardig beloop (Minderhoud et al., 1985; Weinshenker et al., 1989).




